| 1 |
 |
“...363
dan dal men het kunne bespeuren. Maar ziel men het,
dan is bet een zeker bewijs, dat men zich bij de Maro~
tcyne en niet bij de Suriname bevindt.
Voor beide rivieren liggen banken; die van de Maro-
wyne zijn kenbaar aan den reeds vermelden groven graau-
wen zandgrond, van welken het zand, naarmate men
westelijker komt, fijner wordt. Deze banken kan men niet
binnen de 5 vademen (8^ el) naderen. De Suriname
banken beslaan uit graauwen moddergrond, en deze kan
men gerust tot 3J en 3 vadem (5951 palmen) aanzeilen.
HET VAREN LANGS DE RUST TOT AAN
DE SURINAME.
Wanneer men de rivier Marowyne voorbij is, vindt men
weldra eene bank met blaauwen modder en slijk, bij de
Via-Via kreek, die vrij vlak is en met eene punt noord-
waarts uit den wal steekt; doch lot op 5 vadem (8^ ellen)
wel genaderd kan worden. Voorbij deze bank wordt het
weder dieper. Bewesten gezegde kreek ligt, lusschen
dezelve en post Orange, nog eene bank, die op de kaar-
ten niet bekend is.
VoiiOrange...”
|
|