| 1 |
 |
“...433
men noordelijker komt, wordt het langer en betrekkelijk
lager. Het is maar klein van omvang en met geboomte
als bedekt,
St. DOMINGO.
Nademaal men, zelf van onze westelijksle beiillingen in
deze zee, afzeilende en, het zy naar Nederland het zij om
de Oost, bestemd zijnde, geen westelijker Straat zal kiezen
dan de Mona passage, om in den Atlantischen oceaan
te komen, en dus ook wel nimmer bewesten Alta Vela,
onder St. Domingo, land zal halen, zoo zullen alln
de zuid en oost kusten van dat eiland beschreven wor-
den te beginnen bg Alta Vela,
Dit is een hoog, klein, rotsachlig eiland, met eene piek,
welker top rond af is, even als eene bijenkorf. Van om
de zuid komende ziet men gewoonlijk haren top, lang
vr dat men de zuidkust van St. Domingo bespeurt, als
in eenen nevel te voorschijn komen en altijd zal men haar
zien alvorens men nog iets van het nabij gelegen land
ontdekt. Het eilandje is steil en kan gerust genaderd
worden.
In het N.O. van Alta Vela, ligt nog...”
|
|