| 1 |
 |
“...Den 18den Mei hadden wij hier eene plegtigheid. De Eerw.
Prefect diende het H. Vormsel toe aan een aantal, bijna 200 geloo-
vigen. Vele waren er bij van 50 of 60 jaren. Zondag ging Zijn
Eerw. in de kerk beneden vormen. Ik ben mede geweest om er
bij te assistceren. Dit was een uitspanning, want een dag of drie
bleven wij er stil. Vrijdag tegen den avond gingen wij te paard.
Ik had nog zoo een lange weg niet gemaakt. Toen wij half weg
waren, begon het donker te worden, maar de maan kwam weldra
aan den hemel. Tot daar was ook de weg, slechts weinige plaatsen
uitgezonderd, zeer goed, zoodat wij een goede pas konden rijden,
maar van hier begint het slegter te worden en is volstrekt met
geen rijtuig bruikbaar. De paarden loopen altijd zonder ijzers met
verwonderlijk en vasten tret. Het is niet uit te drukken, welke
gewaarwordingen het voor een vreemdeling teweeg brengt, zoo een
reisje in den nacht te doen. Die geweldige bergen, daar men dan
overheen, dan omheen trekt, die...”
|
|