| 1 |
 |
“...maar door de vuilheid en onbezeildheid onzer schepen zouden
wij niet zoo haast buiten zijn geweest of zouden beneden de
baai zijn gedreven, en dus den vijand gelegenheid gegeven
hebben de schans zonder slag of stoot in te nemen, en ik
wenschte wel eens te weten, wat zulke raadslieden zouden
voorslaan om met ons zwak bemand eskader, in zee zijnde,
te doen. Ook hadden de Franschen ons in zee kunnen slaan
en dan het fort wegnemen, vermits zij beter dan wij bezeild
waren, en zij op dien tijd even buiten de baai boven wind
en stroom van ons ten anker lagen. Ik heb om die redenen
dergelijke raadgevingen als een pest aangehoord, oordeelende
dat wij en het eiland Tabago elkander de hand moesten
bieden en bijblijven, en dat wij het voerdeel van het kanon
aan land niet behoorden op te geven. Binokes heeft dus wel
degelijk met beleid gehandeld. Ieder onpartijdige zal zijne
redenen moeten billijken en wie zich nog nader mocht willen
overtuigen vergelijke zelf de macht van beide...”
|
|