| 1 |
 |
“...I\
li
ll
//iO'
Geschied-, Taal-, Land- en
'/Olkenkur-di^ Genootschap der
Nederlandsche Antillen.
CURASAO.
Presont-Exemplat
VIERDE JMRJKSCH VERSLAG
VAN HET
GESCHIED-, TAAL-, LAND- 8D VOIKEHKDHEIG GENOOTSCHAP,
gevestigd te WILLEMSTAD,
CU R Ag A O.
5^
Gedrukt en uitgegeven eij J. H. de Bussy. Amsterdam, 1900....”
|
|
| 2 |
 |
“...-baai. Daar de geheele bemanning van
Becquards schip echter niet meer dan vijftig man bedroeg, kon
slechts een klein getal der equipage worden achtergelaten,
waarom Becquard besloot naar St.-Eustatius te vertrekken om
van daar kolonisten naar de nieuwe kolonie over te brengen....”
|
|
| 3 |
 |
“...17
Intusschen had Jacob, Hertog van Koerland, aanspraak op
het eiland gemaakt. Hij beweerde reeds door Koning Jaco van
Engeland en door Koning Karei I in het bezit van het eiland
te zijn bevestigd, terwijl hij ten overvloede nog van den graaf
van Warwick alle diens rechten op het eiland, hem gegeven
ingevolge het privelege van Koning Karei I, had overgenomen.
Karei II ondersteunde de eischen van den Hertog bij de Staten
Generaal, doch deze lieten zich daaraan weinig gelegen liggen.
Hertog Jacob rustte daarom een expeditie van 150 man uit,
die enkele maanden nadat Becquard Tobago had verlaten, daar
aankwam. Het eiland echter in het bezit der Hollanders vin-
dende, verzochten de Koerlanders niets anders dan om te mogen
landen teneinde zich van water te voorzien, hetgeen hun geree-
delijk werd toegestaan, doch van die gunst misbruik makende,
weigerden zij zich weer in te schepen, vestigden zich op de
plaats nog heden Courland-bay geheeten en bouwden daar
het fort Jacob...”
|
|
| 4 |
 |
“... eene boot, over welke schepen,
onder het opperbevel van den dapperen Commandeur Abraham
Crynssen., de kapiteins Loncke., de Mauregnault., Ie Sage en
Keuvelaer het bevel voerden, terwijl aan de kapiteins Julius
Ligtenbergh en Maurice de Bame het gezag was toevertrouwd
over de 300 man uitgelezen troepenmacht, die het eskader
vergezelde.
In December 1666 in zee gestoken, richtte Crynssen allereerst
den koers naar Suriname., waar hij de Engelsche volkplanting,
door Lord Willoughby gesticht, noodzaakte het Nederlandsch
gezag te erkennen (28 Februari 1667). Van daar begaf hij
zich naar Essequebo, waar de Zeeuwen zich in vorige jaren
hadden gevestigd, doch door de Franschen en Engelschen waren
genoodzaakt het land te ontruimen. Ook hier herstelde Crynssen
het gezag der Staten, liet er, evenals te Paramaribo, eene
bezetting achter en stevende daarna naar Tobago. Omstreeks
April (1667) kwam hij op dit nu onbewoond eiland aan en
wierp er eene versterking op, waarna hij, eenige...”
|
|
| 5 |
 |
“... anker vallen in een baai, op drie uur afstand van het fort.
Den volgenden dag ontscheepte dEstres dezelfde vloot-
voogd, die met de Britsche zeemacht voor drie en vier jaren
de Nederlanders had helpen bevechten 800 man om de
sterkte aan de landzijde aan te vallen, terwijl hij tevens vier
fregatten tot voor het fort deed opzeilen om het van den
zeekant aan te tasten. Den 19 werd de sterkte opgeischt
door den Ridder de Lery, die tijdens de verovering van het
eiland aldaar Gouverneur was, door Binckes naar Amsterdam
opgezonden werd, in die stad uit zijn gevangenis ontvlucht
was en nu als vrijwilliger den tocht bijwoonde, in de hoop,
dat de gelegenheid zich zou aanbieden, den door hem beganen
misstap in het spoedig overgeven van het fort door dapperheid
uit te wisschen. De Nederlandsche bevelhebber, Qirin
b Deze soort van uitrusting, deels ten koste van het Rijk, deels van
officieren of bijzondere personen, was toen in Frankrijk vrij gewoon. Zie
Sue, Hist, de la Marine Fran...”
|
|
| 6 |
 |
“..., zoo
mogelijk, ook deze Nederlandsche volkplanting voor zijn wapenen
te doen bukken. Twee jachten werden door hem vooruit
gezonden om de ligging en gesteldheid van dat eiland op te
nemen, en hij zelf kwam den 20 Februari 1677 met zijn geheel
eskader voor Tabago opdagen. Dit eskader was samengesteld
uit tien schepen van oorlog, als een, zijnde het admiraalschip
Ie Glorieux^ van 72 stukken en 445 man, en van 62, en van
58, twee van 50, twee van 46 tot 48, drie van 36 tot 38
stukken, alle zeer goed gewapend en overvloedig bemand, een
brander, twee snauwen, een kits en galjoot, aan welker
boord zich, behalve de zeelieden, negen compagnien krijgsvolk
bevonden, ten getale van 450 man, gelijk mede 400 gewapende
planters van de naburige eilanden en een aantal jonge edel-
0 Holl. Mercuriua Ao. 1677, blz. 76; Ponckt de la Grave, Prda
Hiorique, T. I., p. 228; Vie dEstres, par Richer, p. 30, en vooral het
omstandig verslag van den graaf dEstees, te vinden in VHistoire de la
Marine...”
|
|
| 7 |
 |
“...lieden, die den tocht vrijwillig bijwoonden; tellende het
gansche smaldeel 4060 koppen, over hetwelk, onder den graaf
dEstkes, zeer dappere en kundige mannen het gebied
voerden, zooals de kapitein Gabaret, die nu met den rang
van schout bij nacht bekleed was...................de graaf
DE Blenac en anderen.
Zoodra de commandeur Binckes onderricht was van de
nadering der vijandelijke scheepsmacht en bij hare verschijning
voor het eiland merkte, dat de Franschen voornemens waren
eene landing te doen, zond hij eene afdeeling van honderd
man naar de Palmytbaai, om deze zoo mogelijk te beletten.
Doch overtuigd geworden dat, bijaldien hij al de landing daar
mocht verhinderen, er zich veelvuldige andere gelegenheden
tot uitvoering van dat ontwerp aanboden, zonder dat hij in
staat zou zijn zulks tegen te gaan, riep hij deze afdeeling
terug, teneinde geen volk, dat zoo hoog noodig was, onnut
te verspillen. Hij stelde dus vast zijn macht bijeen te houden
,.en nam met overleg van...”
|
|
| 8 |
 |
“... 44 stukken niet meer dan 118 en de- overige schepen
van 24 tot 36 stukken slechts 25, 35, 52 tot 74 man telden,
eene noodlottige omstandigheid, welke voornamelijk uit het
groot gebrek aan volk, maar ook uit den aard der genomen
maatregelen voortsproot, en die op de uitkomst van den
strijd een onmisbaren invloed uitoefende, maar die tevens de
"dapperheid der Nederlandsche zeelieden nog meer doet uitkomen.
Verder vormde Binckes uit de meest kundige soldaten een
klein korps grenadiers tot het werpen van granaten op den
"vijand. Ook liet hij een mortier naar het fort overbrengen om
"bommen op den vijand te kunnen schieten. Voorts maakte
"hij nog zooveel verbeteringen aan de vestingwerken als de
tijd gedoogde, richtte in het nog niet voltooide bolwerk van het
"groote fort een borstwering van tonnen op, plantte tusschen
"deze geschut en deed de huizen in den omtrek der schans
in brand steken, opdat de vijand zich daarin niet mocht nestelen.
op deze wijze hoopte en vertrouwde...”
|
|
| 9 |
 |
“...kunnen afwachten, tegen wien hij met. zijn gewone kloek-
moedigheid hesloten had zich tot het uiterste te verdedigen.
Inmiddels waren de Franschen op den 21 Februari ten
getale van ruim duizend man geland. Het gebied over deze
krijgsmacht was door den graaf dEstkes opgedragen aan
den scheepsmajoor de Hrotjabd de la Piogerie en aan
den ridder de Geand-Fontaine, voormalig bevelhebber van
het voetvolk in Franschen dienst. Het kostte den vijand
nog al eenige moeite tot in de nabijheid der sterkte door te
dringen, daar hij zich door een zwaar bosch een weg moest
banen om tot haar te kunnen genaken. Den tweeden dag na
de landing vertoonden de Franschen zich voor het eerst in
de nabijheid der schans, waarna een tamboer uit naam van
den graaf dEstees de sterkte kwam opeischen, hetgeen
natuurlijk door Binckes werd geweigerd, met bijvoeging:
Dat hij en de zijnen tot de forteres te veel moeite hadden
gedaan om deze zoo lichtvaardig over te geven. Van nu af
zond Binckes bijna...”
|
|
| 10 |
 |
“...even buiten musketschot van de sterkte en bereidden zij zich
aldaar tot een hevigen aanval.
ot dusverre was niets van de zeezijde gebeurd, hetgeen
aanduidde, dat de vijand voornemens was met zijne scheeps-
macht ook het Nederlandsche smaldeel aan te grijpen. Er
hadden zich alleen eenige sloepen voor de baai vertoond,
kennelijk met het doel om het inkomen te peilen en de
gesteldheid der baai, van het smaldeel en der sterkte op te
nemen; doch deze waren spoedig met het geschut verdreven.
Ook hadden veertien vijandelijke sloepen, vol volks en aan-
gevoerd door twee hoofdofficieren, in den nacht tusschen den
22sten eu 23*" Februari getracht het adviesjacht de Fortuin,
hetwelk op de brandwacht lag, te overrompelen, doch de
moedige commandant Jan Erasmus, die door Binckes met
man versterkt was, had de Franschen zoodanig
ontvangen, dat zij mannelijk afgeslagen werden en met be-
bloede hoofden moesten terugwijken. Er waren ook wel
eenige vijandelijke oorlogsschepen tot voor...”
|
|
| 11 |
 |
“... Nederland had bijgewoond, nog altijd die kundig-
"heden en die ondervinding, welke noodwendig in den gebieder
van een vloot of smaldeel gevorderd worden. Dit gebrek
had, althans gedeeltelijk, kunnen verholpen worden, indien
dEstbes den raad van deskundigen had ingeroepen en
willen volgen. Maar van hem wordt getuigd, dat hij een man
was, die hoog ingenomen was met zijn eigen denkbeelden en
er bijzonder veel prijs op stelde om voor een ervaren zeeman
door te gaan, die alles zelf wilde doen en ook deed, maar
daardoor dikwerf gebrekkig; die hoog en koud was tegen zijn
minderen; die naijverig was omtrent allen, ook in de kleinste
aangelegenheden, en die nimmer blijken van vertrouwen of
goedkeuriirg gaf aan de bevelhebbers, welke met en onder hem
1) In het beleg van Grevelingen (1644) werd hij, 20 jaar oud zijnde,
verminkt aan zijn linkerhand en sedert droeg hij dien arm steeds
in een zwarten doek. Sue geeft zijn afbeelding in het derde deel van zijne
geschiedenis van het Fransche...”
|
|
| 12 |
 |
“... menigte van het talrijk bemande
vijandelijke schip, Ie Glorieux, op den zwak bemanden
Nederlandschen bodem en maakt zich in weinige oogenblik-
ken van het bovenschip meester, hetgeen zulk een schrik
verwekte onder de zeelieden van Vlacq, reeds vervaard door
"de schepen, die zij rondom zich zagen branden, dat een gedeelte
van hen, meenende dat het schip veroverd was, in de boot
"springt en naar land vlucht. Dan, noch dit lichtvaardig bedrijf ^),
noch de overmacht des vijands is in staat den moedigen
bevelhebber zijn bedaardheid te doen verliezen. Hij geeft last
het anker te kappen, teneinde tegelijk met dEstres naar het
strand te drijven, om aldus, zoo zijn schip niet kon gered
"worden, dan ook dat des Franschen opperbevelhebbers mede
"in het verderf te slepen. Le Glorieux weet echter nog bij tijds
door het kappen van de enterdreggen van de Kruiningen
1) Le Glorieux voerde 445, het Nuis te Kruiningen niet meer dan 128 man.
2) Zoo noemt Binckes het....”
|
|
| 13 |
 |
“... meegevoerd en het verlies van den zoogenaam-
den overwinnaar zeker vijfmaal grooter is dan dat des overwon-
nenen -)? Het is waar het getal der door de vlammen vernielde
Nederlandsche schepen was grooter dan dat der Franschen, daar
dat der eerste tien, dat der laatste niet meer dan drie,
behalve de twee genomen bedroeg. Maar, behalve dat van
deze tien slechts vijf eigenlijk gezegde oorlogsschepen waren.
b Gabakbt, de Lzine en De la Bordb; de lijst der verdere ge-
doode en gekwetste Fransche officieren is te vinden in den Holl. Ifercurius
1677 en in het Leoen van Binckbs, voorkomende in de Levens en Daden
der doorl. Zeehelden.
Het verlies der Franschen wordt door de onzen op minstens 1500
en hoogstens 2500 man begroot. Het verlies der Nederlanders op de schepen
en aan land beliep aan dooden 205, aan gekwetsten 144, niet meegerekend
de omgekomen zieken, slaven, enz. Van onze zijde sneuvelden de comman-
deur Galtie Galtjes, de kapiteins Pibter Stolwyck en Pieter Cooreman,
pn de...”
|
|
| 14 |
 |
“...iets omtrent den voorgenomen tocht mocht vernemen of dat
een scheepsmacht ter hulp van dien bevelhebber uit Nederland
mocht komen opdagen, hield dEstbes zich hij dat eiland
slechts weinige dagen op, zette daarna rechtstreeks koers naar
Tabago en liet op den 6 December in de nabijheid van het
eiland, maar op een voldoenden afstand van het fort, om
niet bemerkt te kunnen worden, het anker vallen.
Door de ondervinding wijzer geworden, ving dEstbes
het werk ditmaal met meer voorzichtigheid dan bij den vorigen
tocht aan. Hij besloot, hoezeer de scheepsmacht der Neder-
landers thans slechts uit twee schepen van oorlog bestond,
den aanval alleen van de landzijde te doen en de baai enkel
te doen insluiten, zich verzekerd houdende dat, wanneer hij
eenmaal meester van het fort was, de schepen van zelf in
"zijne handen zouden vallen. Het kwam er nu voornamelijk
maar op aan de landing te doen gelukken. Te dien einde
zette hij nog in den avond na zijn aankomst 550 man, onder
den...”
|
|
| 15 |
 |
“...meer dan 350 man ter zijner beschikking had, welke hem hoog
noodig ter verdediging der sterkte waren, maar die allen de
beste gezindheid aan den dag legden en hun opperbevelhebber
plechtig trouwen bijstand beloofd hadden. Binckes zich hierop
verlatende, nam de noodige maatregelen tot een hardnekkige
verdediging van het fort, en plaatste tegelijk zijne schepen
zoodanig, als hij het meest nuttig oordeelde om den vijand,
bijaldien hij mocht ondernemen ook een aanval van de zeezijde
te doen, wel te onthalen. Een noodlottig toeval verijdelde
spoedig al die wijze voorzorgen en maakte de kloekhartigheid
der Nederlanders vruchteloos.
Niet voor den elfden December geraakte dEstres in
gereedheid om de sterkte aan te tasten, want de verhakkingen
door de onzen gemaakt, de onbruikbare wegen, de zware
bosschen en onophoudelijke stortregens hadden den Franschen
zooveel moeielijkheden veroorzaakt, dat er drie of vier dagen
verliepen, alvorens zij het geschut en de verdere...”
|
|
| 16 |
 |
“... het Gemeenebest het eiland en het
fort Tabago nevens het oorlogsschip de Bescherming van 50
stukken, een gewapende fluit, de Koning David, en het bij de
vorige onderneming veroverde, doch bijna onbruikbaar Fransch
oorlogsschip Ie Prcieux. Beklagenswaardig voorzeker was dat
verlies vooral omdat men bij tijdigen bijstand het wellicht had
kunnen voorkomen. Maar nieo minder treurig was de dood van
den dapperen Binckes, die terecht in een der verhalen van deze
gebeurtenis genoemd wordt een voorzichtig soldaat, een man-
haftig kapitein, en getrouw commandeur en een goedertieren
Christen, wiens vorige heldendaden bewijs gaven van grootere
verwachtingen, nalatende aan het vaderland een zucht tot zijn
persoon en voor zich zelven een onsterfelijken naam
Te midden der verwarring was het aan Geerit Claes
') SiLvius, Hist, omes tijds. D. I. B. XV, bl. 91. Hij stierf ongehuwd,
maar was verloofd aan zekere jonkvrouw, Ingena Botterdam genaamd,
die later in het huwelijk trad met Pieter...”
|
|
| 17 |
 |
“... mogendheid bevoegd verklaard er kolonies
te stichten en er handel op te drijven, zonder er nochtans
een militaire bezetting te mogen plaatsen ). Nu werd door
1) De Hertog van Koerland had intusschen ook met Frankrijk en
Engeland geschil gekregen over het recht op het eiland.
2) In 1688 schijnen de Pranschen echter het voornemen te hebben
gehad om het eiland weer in bezit te nemen. In een brief (d.d. 17 April
1688) van Lucas Schoreb, Commandeur van St. Eustatius en Saba, aan
Bewindhebberen ter Kamer Zeeland, vond ik vermeld:
Dus verre geschreven hebbende, bekome kundschap van Martin-
nique dat den francen Generaell monsr. Le Comte de Blunac van
den Koningh sijn Meester ordre ghekregen heeft, van sigh in Persoon
na Tabago te begeven, mede nemende uijt yder Compe. Soldaten 25
man en eenige voornaame Officieren, om het selve Eylandt in possessie
te nemen.........
Den 7 Juli 1688 meldde Schoher echter, dat de Fransche generaal met...”
|
|
| 18 |
 |
“... tFort landen, met omtrent 900 man,
sender dat het ons van den Vijandt wierde gedisputeert, die
1) Hieronder heb ik opgenomen, hetgeen ik omtrent Binckes en de
aanslagen op Cayenne en Tabago gevonden heb in het werk, dat tot
titel voert:
Hollandtze Mercnrius. Tot Haerlem. Gedruckt by Pieter Casteleyn,
Boeck-drucker op het Zandt, in de Goude Keyzers Croon, 27e en 28e deel.
Door de late toezending van het verslag ontbrak mij de t(jd om het
verhaal van de Jonge te toetsen aan de verslagen in den Mercurius
opgenonien of naar de plaatsen te verwijzen, waar de een uitvoeriger is
dan de ander.
De lezer gelieve m(j deze onvolledigheid in mijn opstel wel te willen
verschoonen.
s-Gravenhage, September 1900. J. H. J. HAMELBERG....”
|
|
| 19 |
 |
“...ons anders door de Bosschagie in t landen veel afbreuck had
kunnen doen; tot ons geluck vonden wy een Musquet-schot
van strandt een bequaeme wagen-wegh na tFort, en ons in
ordre gestelt hebbende, marcheerden regel-recht na t Fort,
daer wij onder t faveur van de Bosschagie tot effen buyten
een Musquet-schot aen haer Trencheen advanceerden, en haer
Wercken, soo veel doenlijck gerecognoseert hebbende, sonden
wy een Trompetter om tFort en tLant op te eysschen,
gaven voor antwoort, datse het ons soo niet meenden te geven,
sonder eerst onse macht te sien; wy lieten voor de tweede-
mael vragen, op wat maniere dat zy dat begeerden te sien,
waerop zy met een Fransse glorie antwoorden, soo t ons geliefde;
hier op om de tyt te menageren, en geen courage aen den
Vyant te geven, en discourage aen ons Yolck, die heel courageux
waren, commandeerden wy den Lt. la Croix, met 50 man van
de Compagnie van Capiteyn Witsen, die wy van den Capiteyn
Tindel met een Compagnie Scheeps-Soldaten...”
|
|
| 20 |
 |
“.... Col. Hermose, 85 m.
Cap. van Dongen, 5 geq. Lt. la Croix, met de Komp. van
Cap. Schans, 1 dood, 1 geq. Cap. Witze, 85 m.
Cap. Johan Swerius, 1 dood. Kap. Tindel met een Komp.
8 geq. Scheeps-Soldaten, 85 m.
Lt. Savone, commanderende Kom. Jan Erasmus met een
de Comp. van de Lt. Coll. Komp. Matrosen, 100 m.
Hermose, 1 dood. Kap. Lt. Galtie, commanderende
Pieter de la .Croix, Lt. van over 8 lichte stucken, yder
Cap. Cornells Witze, 3 dood. schietende 1 pont yser, met
13 geq. 48 m.
t Samen 14 dooden, 72 ge- Pioniers en met Bylen, 48 m.
quetsten. t Samen 1051 man....”
|
|