| 1 |
 |
“...2. Agave lurida (Ait.).
Deze is minder algemeen. Zij is geinakkelijk herkenbaar
aan de vuile, hlauwachtige kleur barer bladeren, die langs
de randen groote doorns dragen en niet in een stekel
eindigen, liggende deze laatste steeds op het blad omge-
bogen. Ook groeit deze agave, in tegenstelling met de
eerste, op een stam van 1 a 3 voet hoog, naar gelang den
ouderdom der plant.
3. Agave...........?
Deze soort, die men zegt hier ingevoerd te zijn, durfde
de heer Hart, ofschoon ik hem er bloemen en bladeren
van stuurde, niet verder qualificeeren dan als een agave
en niet de A.rigida, var.sisalana. Zij is niet zoo algemeen
als de eerste, doch konit menigvuldiger voor dan de tweede.
Hare bladeren, door het volk gebruikt ter bereiding van
koeki-indian, zijn bijna de helft korter dan die van de
A.polyacantha of van de A.lurida. Zij zijn lichtgroen van
kleur met meestal een donsachtigen, witten weerschijn en
langs de randen zijn zij bezet met bruinachtige dorens,
die in...”
|
|
| 2 |
 |
“... verwijderen en soms eenigs-
zins donkerder van kleur zijn dan onrijpe bladeren. Bij het
oogsten komen dan ook de onderste bladeren het eerst in
aanmerking, en zoo krijgt elk blad, naar zijn plaats om den
stam, zijn beurt, doch men snijdt geen bladeren van minder
dan 3 voet lengte (K. B. 1887, No. 3 en 1893, No. 80 en
Morris en Dodges Reports). Met dit oogsten, nmaal begonnen,
kan geregeld, dag in dag uit, zoolang de planten bladeren van
voldoende lengte geven, worden doorgegaan en men is m dit
oogsten aan geen vaste tijden gebonden. Daar echter regen
te drogen hangende vezel bederft, is het aan te raden in den
regentijd slechts op droge dagen te oogsten. In het eerste
jaar is veel snijden af te raden, daar het de plant verzwakt.
Omgekeerd moeten de planten, eenmaal tot ontwikkeling...”
|
|
| 3 |
 |
“... bladeren bij contract gesneden,
tegen betaling van 0.90 per mille. Kort bij den stam
afsnijden verdient aanbeveling. Eveneens is het raadzaam de
gesneden bladeren zoo spoedig mogelijk te braken, daar het
opdrogen van het sap de braking bemoeielijkt. (K. B. 1887,
No. 3; 1892, No. 62; 1893, No. 80; Morrisen Dodges Reports).
De opgaven omtrent het aantal bladeren, dat elke plant
per jaar levert, loopen uiteen. Dr. Perrine noemt het getal
gemiddeld 25 (K. B. 1887, No. 3); de heer Pierce geeft het
op als 24 (K. B. 1893, No. 80); Dr. Morris noemt het 30 a 35
(K. B. 1887, No. 3), en zoo geeft ook de heer Stoddard het
op in zijn rapport over de sisal-cultuur in Yucatan aan het
Gouvernement van Jamaica (Dodges Report, No. 3), terwijl
men op de Bahama eilanden van goed ontwikkelde planten
op 40 bladeren per jaar rekent (Dodges Report, No. 3). Veel...”
|
|
| 4 |
 |
“...105
waaraan hij den naam van Guadeloupe gaf, dit den lOden
derzelfde maand weer verliet en, koers zettende naar het
Noord-Westen, den volgenden dag het eiland ontdekte, dat hij,
naar den Heiligen van dien dag, St. Martin (de Tours) noemde.
De opgaven over de jaren, waarin onze twee andere Boven-
windsche eilanden werden ontdekt, loopen uiteen; eenigen
noemen 1198, anderen 1493 het jaar, waarin de groote Genuees
aan die eilanden namen gaf. Het laatst genoemd jaar geloof
ik het juiste te zijn, daar heide eilanden liggen tusschen
St. Martin en St. Christoffel, die dat jaar ontdekt werden en
van waar St. Eustatius en Saba duidelijk zichtbaar zijn ').
Van de oorspronkelijke bewoners onzer Bovenwindsche
eilanden is weinig tot ons gekomen. Co/Mm5istam zullen hebben behoord als de
Caraeben der omliggende eilanden. Deze worden ons beschreven
als krijgshaftige wilden, die...”
|
|