| 1 |
 |
“... zouden
zijn de strafrechters over het grootste deel van onze
mannelijke Nederlanders in den leeftijd van 19 tot
30 jaar, d. w. z. dat gedeelte van de bevolking, dat
verreweg het grootste percentage van de in foro
criminali te beoordeelen feiten pleegt. Geeft men
zich daarvan rekenschap, dan zou men geneigd zijn
een ontkennend antwoord van de gestelde vraag als
het meest waargchijnlijke te beschouwen en men zou
zeker, indien dit zou moeten worden gegeven, daar-
van aan hen, die met de rechtspleging belast waren,
geen verwijt mogen maken. De taak, die men hen
heeft laten torschen, was ongetwijfeld eene te zware.
Hoe is nu die taak vervuiu ? Luisteren wij naar
het oordeel van mr. van Slooten dan bestaat er
inderdaad reden tot tevredenheid. Zijn eindconclusie is,
dat over het algemeen de militair-rechterlijke organi-
satie, zuiver beschouwd als samenstel van wettelijke
bepalingen, een certificaat van deugdelijkheid heeft
verworven met het door hem geconstateerde feit,
dat...”
|
|