| 1 |
 |
“... vorderingen;
(Cf. Dl'. Adolf AAach, Haudbuch des Deutschen Civil-
prozessrechts 1, pag. 380; Boitard Legons de Procdure Civile.
II, pag. 55; P. de 1aepe, Etudes sur la Competence Civile,
no. 27, pag. 184; Arrest H. R. dd. 23 Alaart 1855, AAh 1685;
Arrest H. R. dd. 20 Oct. 1892, AA^. 6254; A'onnis Rechtbank
Leeuwarden dd. 19 Jan. 1899. AA. 7329; Arrest Hof Amster-
dam dd. 22 Juni 1911, AA'. 9249) ;
O. dat uit het bovenstaande voortvloeit dat de te hooren
getuige 'geene mede-partij is in de onderwerpelijke procedure,
zoodat van 'het voorgedragen middel de feitelijke grondslag niet
vaststaat;
Gezien art. 56 B. R.
Recht doende:
Aerklaren het door deu gemachtigde der gedaagden voorge-
dragen middel ongegrond;
Veroordeelen de gedaagden in de kosten van dit incident
aan zijde van eiseheresse begroot op nihil.
INGEZONDEN BIJDRAGEN
SALARIEERING RECHTERLIJKE MACHT
Naar aanleiding van de bijdrage van Mr. Gombault in
W. 10456 deze opmerking : Zal een nieuwe regeling vol-
doen aan...”
|
|