| 1 |
 |
“...DE RUKSEENHEID
226
STAATKUNDIG CC0NOK/1ISCH WEEKtLAO H
TEK VERSTERKING VAN DE BANDEN*
TUSSci^N NEOEJI^IANP EN DE^N
en door onderwijs de achtergebleven volken
tot het peil van het moederlandsche te ver-
heffen".
Aanvaardt men geestelijk rasverschil, dan
ziet men de verschillende kultuurvormen als
de producten van veelsoortigen rassengeest.
Het eene ras is dan tot andere dingen in
staat dan het andere, en daardoor zal de
kuituur van het eene volk van het andere
verschillen en blijven verschillen. Een op-
voeding" van een Indonesir tot Nederlander
zou dan een onmogelijkheid zijn, zoo goed
als het omgekeerde. De eene kuituur is dan
niet minderwaardig aan de andere, maar
andersoortig, zooals ook het eene ras niet
minderwaardig, maar andersoortig dan het
andere is.
Het is steeds de groote moeilijkheid, dat
bij beoordeeling der rassen het ongelijk zijn
voor de meesten ongelijkwaardig zijn impli-
ceert, en dat volkomen ten onrechte. Is de
Nederlander, om slechts een...”
|
|