| 1 |
 |
“... der C.O.P. van der Hoeven
werd dit punt in behandeling genomen direct na de beantwoor-
ding van de vragen van de heer Braam.
De heer Eman kreeg het woord en verklaarde zich voor-
stander van beperking van het kiesrecht der niet-Antillianen,
omdat hij vreesde, dat anders de autochthons bevolking over-
vleugeld zal worden. Om het economische zelfbehoud en de staat-
kundige zelfwerkzaamheid van de autochthons bevolking te hand-
haven IS beperking van het kiesrecht noodzakelijk. Het is
- aldus de heer Eman onjuist, dat de staat geen onderscheid
maakt op politiek gebied tussen het landskind en het niet-
landskind. Hij gaf te kennen, dat deze kv^estie van het hoogste
e ang is voor het voortbestaan van de huidige regeringsco-
alitie en dat de regeringspartijen niet wensen te worden over-
vleugeld door de oppositiepartijen. Hij zeide deze kwestie van.
een zodanige gevaarlijke strekking te achten, dat in feite
deze i^estie aan een plebisciet diende te worden onderworpen.
KI '1...”
|
|