| 1 |
 |
“...'
roept
hij weer en als bezetenen beginnen de roeiers te trekken. Tus:sen een
paar rotsen door gaat het snel op een klein stukje tamelijk vlakke
kust af. Een grijsharige, tanige neger, die half in het water staat,
komt te hulp en met een smak gooit een golf de boo^ met de punt op
het kiezelstrand. Een tweede golf spat vlak daarnategen en over de boot
schuimend uiteen. Pas toen begreepik waar dat zeildoek voor diende.
N f^g is de boo niet op het dro ge. V^e wachten op nog een paar flinke
golven ( en nog meer douches) om haar hogerop te krijgen. Pas daarna
is het mogelijk met min of meer droge voeten aan wal te komen.
In een andere w/ereld.
De hoofdstad van Saba is een dorp, dat Bottom heet. Dat lijkt
een vreemde naanvoor een plaats, die ruim 290 meter boven de zeespiegel
ligt, maar zo dwaas is het toch niet, want Bottom is de bodem \an een
vulkanische krater. Vroeger moest men Aan ofe landingsplaats te voet
een trappenweggetje op naar boven. Ezels droegen de bagage. Maar...”
|
|