| 1 |
 |
“... onderscheiden door zijn uiterlijk of door bepaalde
spijzen die hij gebruikte. In Den Haag had men een buurt, dis
men de 'foenchi"-buurt noemde vanwege een soort polenta van
de Antimanen. Maar verder gedroegen de Antillianen zich
niet anders dan de Europeaan.
. 'tegenwoordig leeft de Antilliaan in Nederland onder geheel
gewijzigde omstandigheden. Hij heeft zijn eigen landelijke
vereniging en zijn eigen plaatselijke verenigingen, die er
naar streven, de eigenaard in den vreemde te behouden. Eenheid
en samenhang der Antillianen 'wordt thans niet uitsluitend
bepaald door uitwendige karakteristiek of door speciale
spijzen als foenchi of de ayaca, die zij bij voorkeur tot zich
nemen_. Hun eenheid vindt thans haar uitdrukking in haar eigen
verenigingen, met eigen ernst en eigen lestijnen. Vooral in
de jaren direct na de oorlog werd in de eerste plaats gestreeld
naar het behouden van het eigen regionaal karakter. Dit heeft
uiteraard_een tegenstroming en een controverse in het leven...”
|
|