Your search within this document for 'partner' resulted in two matching pages.
1

“...____________________ Pag. 513 SURINME SURINAME VRAAGT MEER GELD, MINDER WOORDEN. De correspondent van "Het Parool" te Paramaribo schrijft: De kwestie van stilzwijgende of uitdrukkelijke erkenning van het recht tot afscheiding uit het staatsverband, wanneer Suriname "vrijwillig" deel gaat uitmaken van het Koninkrijk nieuwe stijl, heet de kern van alle politieke moelijkheden te zijn. Nu weet iedereen, dat het met de Surinaamse vrijwilligheid maar zeer betrekkelijk is^steld. Immers db historische banden, waarop het samen gaan tot dusver heeft berust, zijn nogal eenzijdig zeker wat hun ge- voelswaarde betreft, Hetgevoel van saamhorigheid vermindert dagelijks en zienderogen. Zowel in Nederland als in Suriname is al de mening verkondigd, dat het recht tot afscheiding in feite altijd bestaat en dat niets, een onwillige partner kan beletten om er, statuut of geen statuut d,w,z. contract of geeni contract, te eniger tijd gebruik van te maken. Het komt er maar op aan...”
2

“... regering werd aangenomen. Vaststaat ook aldus "Democraat" dat in verschillende politieke partijen van Nederland de meningen ten aanzien van dit onderwerp sterk uiteenlopen; de objectieve beschouwer kan zelfs niet aan de indruk ontkomen, dat de twee grootste re- geringspartijen het niet helemaal met elkaar eens zijn over de te volgen richtlijnen. Het blad zegt dan; "Het hervatten van de RTC zal onge- twijfeld het standpunt van de Nederlandse regering ten aan- zien van Suriname en de Antillen scherper omlijnen. En nu zal zich de vraag voordoen; In hoeverre is de Nederlandse regering bereid aan de Antillen en Suriname volledige zelfbeschikking toe te kennen ? Wil men in Nederland medewerken aan een ver- wezenlijking van de in de Antillen en Suriname levende wensen en verlangens, en een nieuwe staatkundige constructie van het Koninkrijk der Nederlanden tot stand brengen waarin de Antillen en Suriname met volledige zelfbeschikking als partner zullen deelnemen? Of koestert men van...”