| 1 |
 |
“... meer vaten betaalt,
stijgt zijn comfort. Voor grotere tochten en expedities worden
de boten met hun bemanning gehuurd voor alle voorkomende werk-
zaamheden. Het voordeel hiervan is, dat men voor transport in
het bos, het kappen van paden,en het bouwen van kampen, geen
extra arbeiders hoeft mee te nemen. Ook kan men op deze manier
het tempo van de reis zelf "enigszins" in de hand houden.
Begin 1952 vertrokken we, twee artsen, twee biologen en
twee geologen met een Medisch Wetenschappelijke Expeditie,
onder leiding van dr Geyskes naar de zuidgrens van Suriname.
Gereisd werd langs de Marowijne, de grensrivier met Frans
Guyana en vervolgens over de Tapanahoni en de Paloemeu, bron-
rivieren van de^Marowijne, die op de waterscheiding met
Brazili ontspringen. Langs de gehele rivier, ook in gebieden
waar tegenwoordig geen indianen meer worden aangetroffen, wer-
den sporen gevonden van een oude bevolking. Op de uitgestrekte
steenbanken, die bij laag water boven de waterspiegel...”
|
|
| 2 |
 |
“...
die de indianen dragen uiten zich de verschillen tussen beide
stammen.
Een maand lang trokken wij langs de bospaden van dorp tot
dorp, Hu sens voerde het pad ons door heuvel- of bergland,
dan weer liepen we urenlang door moerassen. Soms waren de paden
veel belopen, en kostte bet terugvinden weinig moeite, elders
moesten we van boom tot boom de merktekens zoeken, De afstanden,
die we dagelijks af legden waren zelden groter dan 10 12 krn
soms maakten we gedurende een hele dag niet meer dan vijf km
vooruitgang. Zelden kregen we een uitzicht over het gebied waar
we doorheen liepen. Meestal bestond de enige plaatsbepaling uit
een kompasrichting en het aantal passen, dat we sinds de vorige
avond hadden afgelegd. Richting en afstanden werden 's avonds
uitgezet op de vrijwel blanke kaarten, die we van dit gebied
hadden, 's Nachts sliepen we in hangmatten tussen de bomen en
groot was steeds de vreugde der anderen, wanneer de touwen het
begaven en het slachtoffer, bedolven onder...”
|
|