| 1 |
 |
“... Hollands.
a Vy.I.C. naar onze begrippen niet veel
voor de verbreiding van het Nederlands of voor het onderwiis.
H ar zorg bepaalde_zich tot het onderhouden van een school-
meester, die tegelijk voorzanger en aanspreker was. Al gauw
"holen; enkele gegoeden haddenop
^ hun plantages huisonderwijzers voor hun kinderen. Pas in 1816
enemde de koning een "staatsschoolmeester", van wie men
hoge verwachtingen koesterde, maar die er waarschijnlijk niet
pendee?d"^/^'^? de twee jaar werd hij "gesus-
pendeerd De eerste staatsschoolmeester werd opgevolgd door
anderen, men ondernam vele pogingen tot onderwijsverbetering
en de tegenwoordige scholen doen dan ook in menig opzicht
werd sioten onder; de kennis van het Nederlands
vooruft^Sf er echter niet op
vooruit. Het Nederlands wordt op school geleerd, maar de
om^^^di^tp^ tegenstelling tot de Surinamer, niets
, die te kennen. Hij vindt zijn eigen taal mooier, lief-
lijker (mas dushi), geneert er zich niet voor, die altijd en
nood^Lv ^|reken...”
|
|