| 1 |
 |
“... zeilschepen'i^n^l Q31 -totale bruto inhoud van 123.870 m3 ^
gang van zakpn ?! n bruto inhoud van 151^580 m3. De
door andere soorten vaant!^^^^^ + langer hoe meer worden verdrongen
licht Sj zill l dimAfr' aebom duidelijk aau hit
de haven van Y^iltLstad kleine motorschepen
brellir J hoeyeelhoden lading al|l
scheidene van deze kleine mntnvsnho^ zeilschepen werden vervoerd. Ver-
vaartuigen. heepjes Zijn omgebouwde vroegere marine-
'^238 lake tankers (in
f if :ai7iiihsrsairc£"r""i' f't cf Lf f f of f..
26.730; ffftffigff -640; 1950 -
K.H.S.f!ffpfvLffifdfifff dat in 1951 deer
Het andere woorden, laten wij dfe ?i oooff f f l grint werden gelost.
dan Zien wij dat de teruggang beperk?'ftf gfoo
Dit-dfef-eftf?fehffrftfwffefdff frSifhatilelffI f-...”
|
|
| 2 |
 |
“...W.I.D,
Pag.74.
De totale bruto-overheidsuitgaven op lopende rekening derhalve
zonder dat de opbrengsten der overheidsbedrijven in mindering zijn ge-
bracht belopen in 1938 en I947 respectievelijk 31^ en van het-na-
lonale inkomen en benaderen daarmede de in West-nuropa bestaande per-
centages, zonder dat hierdoor evenwel een overeenkomstig resultaat ten
g^ste van de volkshuishouding kan worden bereikt. De uitgaven voor be-
stuur, onderwijs en medische voorzieningen zijn in een dun bevolkt land
als ouriname nl. noodzakelijk relatief zeer kostbaar en eisen daarom
een_relatief groot deel van het nationaal inkomen voor zich op. In zeker
opzicht opent dit voor de toekomstige ontwikkeling gunstige vooruitzich-
en aangezien bij toenemende bevolking en stijgende welvaart een
oename van de overheidsinkomsten geen evenredige toename van de over-
heidsuitgaven behoeft te veroorzaken.
hierna volgende tabel wordt het grootste gedeelte der
normale ontvangsten van de Overheid uit...”
|
|
| 3 |
 |
“...Pag.83.
De inkomende scheepvaart van Curasao
in 1952 vergeleken met I95I.
WILLijMSTADj 31 Januari.- Als aanhangsel van het verslag van de
de Kamer van Koophandel en Nijverheid voor Cura9ao werden
^ over de scheepvaart in I952 in vergelijking met
951 gegeven (uitsluitend betrecking hebbende op inklaringen);
Soort Schip.
Lake tankers
Marine tankers
Ocean tankers
Passagiers-
vracht schepen
Zeilschepen
Zeilschepen
met motor
To^urist en-
schepen
Totaal;
3t oomschepen
Zeilschepen
Bruto in- Netto in-
Aant al houd in m3 houd in m3 A^ta;
4238 42,81 5.756 22.-375.544 3942
3 55.947 31.667 4
2030 48.839,387 28,593,712 1975
2174 36.219.409 20.997.505 1999
1399 97.195 90,225 1552
270 26.675 23.299 265
17 1.076,603 607,414 21
8462 129.007,102 72.605.824 7941
1 669 123.870 113.524 1817
10131 129,130.972 72.719.366 9758
Bruto in-
houd in m3
40.149.846
86.271
46.673.547
30.950.953
129.400
22.180
1.584.558
151.580
Netto in-
houd in jii3
20.686.948
46.190...”
|
|
| 4 |
 |
“... perioden gelijk te zijn aan de marginale. De
SirL ?ndoe?l?a?f I" <3PP-tlemlddelen is evenredig aan de toene-
vehooS PPOdPP-tPe reep. der totale bruto-in?esterlngen...”
|
|
| 5 |
 |
“... hicrvoren sub h genoemde
flexibiliteit van het binnenlandse aanbod hier compensatie kan bieden.
Aangezien de omvang van deze compensatiemogelijkhcid niet van tevoren
vaststaat en steeds een inflatie in bepaalde sectoren van de economie
mogelijk blijft, kan echter worden gesteld, dat bij overschrijding van
dezojuist genoemde grens de "gevaarlijke zone" wordt betreden. Bij dc
timing van de projectcii is er daarom op gelet, dat jaar voor jaar het
bedrag der in het binnenland te besteden bedragen de overheidsbijdrage
van Suriname oclf met niet meer dan ten hoogste 3/ 1 a S/ 3 mln (nl. ten
hoogste R-g- /o van het bruto-nationaal product tegen marktprijzen) over-
schrijdt. Het opvangen van een zo geringe overschrijding lijkt immers
zeer wel binnen de grenzen van de uitbreidingsmogelijkheid der binnen-
landse productie te zijn gelegen.
^^^^zien de overheidsbijdrage zelf, gedurende de planperiode, ge-
middels_op rond 3/ 4 mln kan worden gesteld, dan volgt hieruit, dat de
totale in het...”
|
|
| 6 |
 |
“... afgelost.
Dat niet alle kosten ten laste van belanghebbenden komen is re-
delijk, niet alleen uit een sociaal oogpunt, maar ook omdat de Over-
heid uiteindelijk in de vorm van goed ingepolderd land een productie-
object van blijvende waarde verwerft.
Opbrengsten.
De bruto-meeropbrengst, voortvloeiende uit alle landbouwprojecten
gezamenlijk, wordt in 1952 op circa Sf 5 5-78 000,- geraamo, de toene-
ming van de exportwaarde op Sf 3 5-45 000,- 's jaars. Door de uitvoering
van deze projecten en een verdere uitbouw daarvan, ook na de planperio-
de, zal het inkomen per hoofd der landelijke bevolking niet onbelang-
rijk toenemen. Het levenspeil ten plattelande zal daardooi' geleidelijk
stijgen boven dat in de overbevolkte streken van de Carabische en an-
dere tropengebieden. Hierdoor wordt de mogelijkheid geopend voor een
massale immigratie uit deze streken, niet zoals in het verleden, ten
behoeve van de plantages, maar met het doel om tot een aanzienlijke
verhoging van het...”
|
|
| 7 |
 |
“... Ned.crt. f. 8.700.per
werknemer = 128 millioen Nederlandse guldens, dat is gelijk aan nage-
noeg tv/eemaal de gehele geldcirculatie der Nederlandse Antillen.
De omvang van het scheepsverkeer is door deze bedrijven direct en
indirect enorm toegenomen. De bruto-tonnage van de in Cura^ binnen-
gekomen olietankers bedroeg in 1951 87 millioen nr voor Aruba is dit
cijfer zelfs 94 millioen. Het aandeel van de Nederlandse scheepvaart
in het enorme zeeverkeer op deze eilanden is zeer groot, terwijl ook
de scheepsbouw hier te lande een aanzienlijk graantje meepikt in de
vorm van orders voor nieu.''/bouw en reparatie. 1350 v/erkkrachten uit
Nederland vinden bij de C.P.I,M. een goed bestaan. De olie-industrie
vereist voortdurend nieuwe investeringen. De Nederlandse leveranties
belopen in de millioenen guldens.
Doch dit is niet alles. Er zijn mogelijkheden ontstaan voor neven-
bedrijven en voor de uitvoering van grote vlerken door Nederlandse Aan-
nemingsmaatschappijen.
De prachtige...”
|
|
| 8 |
 |
“.../.I.I).
pag.280
Noordelijke gedeelte zullen in coco aslant ingen i/orden geconverteerd.
De eigenaren van deze rijstgronden zullen ;?oiden ccliadeloos geateld met
de nieuw te \./innen rijstgronden in het achterland. /aan
Kosten en opbrengsten.
De kosten van het project inclusief beplanting en onderhoud van
de cocosaanplant gedurende de 5-jarige onproductieve periode, exclusief
die voor algemene beheerskosten, komen te staan op ff 3.960.000 of circa
ff 715 per ha. G-eraamd wordt dat de v/aarde van de landbouv/productie zal
stijgen van f 89^.000 in 1950 tot ff 1.769.000, een toename derhalve
van ^f 877.000. Hierbij v?erd uitgegaan van een bruto-geldopbrengst pei"
ha rijst van Sf 4OO ( 1 600 kg per ha a ff O,25 per kg ) en per ha cocos
van ff 560 ( 100 bomen per ha met een productie in het tiende j^.ar van
70 noten per boom 8 cent per noot ) en van een markt])rijs van Sf 25
per varken.
Vanneer alle bedrijven in volle exploitatie zijn, wat eerst in 1970
het geval zal zijn...”
|
|
| 9 |
 |
“...W.I.D.
Pag. 294.
X
DE GRONDSLAGEN 'V/iN HET TIENJARENPLAN VOOR SURINAME,
ZVI.
PROJECT GRONINGEN.
Huidige toestand.
De afstammelingen van de Hollandse boeren, die omstreeks het mid-
den van de vorige eeuw naar Suriname emigreerden en tlians in de om-
streken van Paramaribo tjp niet-gemechaniseerde middenstandsbedrijven
zijn gevestigd, vinden hier geen uitbreidingsmogelijkheid meer. De
jongere generatie zoekt naar een nieuwe plaats van vestiging, welke
wordt gevonden in de nabijheid van de district-hoofdplaats Groningen
op een complex van bruto 1.500 ha, waarvan 100 ha door Indianen worden
geoccupeerd. Behoudens een areaal van 250 ha, ingenomen door 27 klein-
landbouv>/bedrijven in het bezit van Creolen en Hindoestanen, ligt de
rest van het terrein, met maagdelijk bos begroeid, dat tothet domein
behoort, braak. Van dit complex bestaat 60% uit rits en 4Qr/o uit laag-
liggende kleigronden.
Doeleinden.
Beoogd v\/ordt de oprichting van 35 middelgrote gemechaniseerde mid...”
|
|
| 10 |
 |
“...W. I. D.
Pag-295.
plantmateriaal, aanplantingen en onderhoud van de cacao a Sf ISO oer
ha, gedurende do 4-jarige, niet-productic-ve periode. De kosten voor
algemeen beheer veerden niet in rekening gebracht.
I- zal in hut betrokken gebied in vergelijking
met 1950 toenemen van 3/ 18.750 tot 3/ 826.750 in 1962, een stijging^
erhalve van Sj 808.000. Hierbij werd de bruto-geld opbrengst van rijst
gesteld op circa 3/ 450 (1.800 kg per ha d 3/ 0,25
h? (1-000 kg per ha a Qf 0,15 per kg) en 3/ 800 (800 kg
p 1 per kg), terwijl w/erd aangenomen, dat per ha veeweide
gehouden, welke gedurende de lactatieperiode van
n tezamen dagelijks 16 L molk produceren met een waarde van
j ^oo^ts wordt gerekund dat per jaar 40 stuks vee voor
de slacht wordt afgestoten a 3/ 125 per dier.
PROJECT PAEi.
Huidige toestand.
Paradistrict hebben tot nu tou weinig belang-
Hing getoond voor de permanente landbouw. Poor zovur zij de land-
herDr?SafP'''P ' gedurende 1 a 2 jaren op turrHnen waar...”
|
|
| 11 |
 |
“...V^.I.D.
Pag.29G.
Le opbrengst stijgt van nihil in 1952 tot S/ 720.000 .inde 1952.
06 bruto-opbr.ngst per ha cacao werd gesteld op circa S/ 650.
VERBETERING OUDE NICKERIE-BlVOLxilNGSPOLL'ERS.
Huidige toestand,
T, bevolkingspolders in het district Nickerie o.a. de SiV7-
miil, de Boonacker en de Hamptoncourtpolder zijn door de belanghebben-
den zelf aangelegd. Pe Overheid verleende slechts enige financile steun.
Ran deze werkwijze, welke voor de Overheid slechts b.trekkelijk geringe
financile consequenties had, kleefde echter het erxistig. bezv\/aar, dat
deze polders uit een technisch oogpunt vel. gebreken v.rtoonden. Latere
polders, o.a, de van Irimmelen- en Corantynpolders, werd.n daarom geheel
of gedeeltelijk door de Overheid tot stand gebracht, waarna de daarean
bestede kosten op de belanghebb<-nden werde verh aid.
be aanleg van deze vlerken werden t.chnische fouten begaan, zod::t
thans in de meeste polders, die circa een oppervlak ven 4.500 ha inne-
men, heb c...”
|
|
| 12 |
 |
“... inachtneming van een nor-
maal landbouw-risico, op tvjee oogsten per jaar worden
gerekend, wanneer naast een mogelijkheid tot bevloci-
ing de ontv^atering er op is ingericht 70 mm regen
per etmaal af te voeren;
c) het gebrek aan arbeidskrachten noopt tot het mechanise-
ren van de'landbouw; de bedrijven dienen op gezins-
arbeid te worden gebaseerd; daarnaast zullen de land-
bouwers onderling tot een samenvi/erking moeten komen.
Bovenstaande conclusies hebben er toe geleid, dat ^en
aantal gemechaniseerde bedrijven, varirend tussen 8 en 100
ha werd geprojecteerd. Op grond van ten arbeidsanalyse en
rekening houdend met du rentabiliteitseiscn, wclku aan de ex-
ploitatie van een machinepark moeten voorden gesteld, bleek de
optimale bedrijfsgrootte van het zoveel mogelijk op gezins-
arbeid gebaseerde gemechaniseerde landbouwbedrijf te liggen
bij een bedrijfsgrootte van ca 72 ha netto of 80 ha bruto. De
voorzieningen, v/elke in een onontgonnen gebied In Suriname
op technisch, economisch...”
|
|