Your search within this document for 'Guinea' resulted in six matching pages.
1

“... Nederlandse vertegenwoordigers mot meer ontvankelijkheid voor de mentaliteit van andere volkeren. De leden, hier aan het woord, achtten het verbijsterend te moeten constateren, hoe weinig velen blijkbaar hebben geleerd van-de gang van zaken in Indonesi. Aldaar toch is naar hun gevoelen een vertrouwens- van veel ellende geweest; thans dreigt men in de aan- faipf waarvan hier prake is, eveneens in zulk een crisis te ge- raken, als men weigert de tekenen des tijds te verstaan. woord Zijnde leden is het recht echt in beginsel inhaerent aan volledige vrijwilligheid. Dat kolom-wordt opgevat en bij de afwikkeling van 1 toepassing vordert, hetwelk bij Nederland erkenuHr^ tirLnzTen ^^^^andelingen te Linggadjati en thans vindt niet andP^S InSs \ Nieuw-Guinea, kan huns inziens bPP^h?vvn worden beschouwd dan als een onderdeel van het externe zelf- rinamp^ ^^f waren er evenwel van overtuigd dat de Su- inamers, die op de erkenning door Nederland van dat reoht prijs stellpn dit\SfaSplnV...”
2

“...>/ezen, dat ook Suriname verhoudingsgewijs een prestatie heeft geleverd, die, als men het zou uitrekenen, dit gebied zou scharen onder de tien grootste bijdragers. Ik heb het niet uitgerekend, maar ik heb de indruk, dat er zo iets is gebeurd. Ik heb de indruk, dat met de Regering het Nederlandse volk hierdoor zeer is getroffen, en met name wel door het offer van de inheemsen, die het waarlijk niet best konden dragen. Ook Nieuw-Guinea ook dat mag worden gezegd heeft een navolgenswaardig voorbeeld van offervaardigheid betoond. Ik breng gaarne al die volkeren hulde en dank voor hun grote offervaardigheid. De geachte afgevaardigden de heren Algra, Kropman, De Dreu, De Zwaan en ook de heren Molenaar en Gerretson, die ik enigszins achteraf zal moeten beantwoorden, omdat zij op het laatste ogenblik hebben ge- sproken en er geen tijd meer was om hun opmerkingen in mijn betoog in te lassen, hebben gesproken nver de staatkundige verhouding met Suriname en de Nederlandse -Antillen en...”
3

“...- heden geven. Men kan nu eenmaal zijn vingers niet branden aan koud water. En of het water nu koud is kan men nu constateren. Maar hoe zal het zijn over jaar? Duidelijker wordt deze kwestie nog als men aegt: ^et toe- kennen van secessierecht-nu aan Nieuw Guinea geeft beslist internationa- le moeilijkheden, maar misschien over 50 jaar niet meer. Men moet goed inzien, dat Nederland geen machtig land is, dat Nederland het niet voor et zeggen heeft, dat het Nederlandse volk bovendien de geaardheid heeft om positieve rechtsregels gestand te doen, ook tegen de wil van machti- gen staten in. Zeker, niemand denkt daarbij aan wa^^engeweld. V^ij zullen tans geen leger tegen Australi uitzenden en evenmin over 50 jaar tegen een Zuid-Amerikaanse staat. Maar met het thuishouden van legers is de...”
4

“... dit bezoek dan teven" moeten zien als een gebaar van dankbaarheid voor de gaven van de Antillaanse bevolking aan het Rampenfonds dit jaar. De gouverneur maakte het zijn toehoorders echter duidelijk, da.t in deze nog geen enkele beslissing is genomen, al leeft ze- ker de wens bij H.^h om spoedig de indrukken van haar bezoek tijdens de oorlog te vernieuwen. Zij verzocht de gouverneur, haar erkentelijkheid over te brengen voor de acties voer het Rampenfonds, waarvan het ra.pport haar door de gouverneur tijdens zijn bezoek werd aa.ngeboden. I^e_ Ron d e t a f e l cpjnf e r;_e n t i_e -f. Yifat betreft de Rondetafel--conferentie V'/as het de in- druk van de gouverneur, dat de kleine commissie in September October, nadat minister Kernkamp teruggeleerd is van zijn reis naar Nieuw-Guinea, bijeen zal kunnen komen. De eigenlijke R.l.C. zal vermoedelijk- maar dit no rade de gouverneur een persoonlijke veronderstelling -- pas in December, misschien in November kunnen v;orden...”
5

“... verantwoordelijk is. De regering is van mening, dat in dezen een onderscheid moet worden gemaakt tussen Suriname en de Nederlandse .A.ntillen enerzijds en Nieuw-Guinea anderzijds. ~...”
6

“...W^'I .D. pag.350 Ten aanzien van Suriname en cie Aniillen in de liegering gaarne bereid, na overleg Terzake met de betrokken Landsregeringen, over te gaan tot het afleggen van de gevraagde verklaring. Voor niet -z libesturende gebieden als Nieuw G-uinea worden reeds thans in de jaarli.lkse rapporten ex.art.73 en van het- Handvest van de V.N., gegevens verstrekt over de vraag in hoeverre de universele verklaring va.n de Rechten van de mens in die gebieden toepassing heeft gevonden. Zulks geschiedt dan ook door Nederland ten aanzien van Nieu?/ ijuinea. Met het oog hierop acht de Regering het dan ook oraematuur, voor Nieuw Guinea en soortgelijke verklaring als bedoeld in art. 63 a.f te leggen. Het ligt in de bedoeling, zo spoedig mo.gelijk net overleg met de Landsregeringen van Suriname en de Nederlandse Antillen over eventuele toepaeselijkv--.rklaring van de conven- tie en het additionele protocol op deze rijksdelsn te doen aanvangen. Intussen is er geen bezv/aar tegen...”