| 1 |
 |
“... en dat men, wetende te
I kunnen leenen, zich ook gemakkelijker in nieuwe schulden
Isteekt. Bovendien moeten w\;, om een leening te kunnen aan-
Igaan, precies alle condities betreffende die leening weten, n.1. op
twelxe wyze geleend wordt, tegen welken rentevoet en hoe de
aflossing pl. ats moet hebben. Spreker gelooft, dat dit laatste
precies hetzelfde is als wat hij breedvoerig heeft betoogd; dat
I heeft de Heer Zeppenfeldt toen dan in het kort gezegd.
I Het bezwaar van splitsing der begrooting kan naar sprekers
ij meening ten aanzien van straten en wegen reparatie niet gei-
lden, omdat steenen en asphalt ter plaatse te krijgen zijn en een
groote hoeveelheid cement voor het daarvoor beschikbare bedrag
best in te slaan is. Ten aanzien van den weg om het Schottegat
zou men alvast n richting kunnen klaar maken. Van stagna-
tie hoeft er dan naar sprekers meening geen sprake te zijn.
De Heer Zeppenfeldt zegt nu het volgende:
Mjjn geacht medelid Henriquez vraagt wat of ik...”
|
|