| 1 |
 |
“....-,----------^
ik te mogen aannemen, dat er in groote trekken^toch ongev^,| ^
eenig id van een plan, van wat er zoowat moet gedaan j z;
Afvoering van deze posten kan geen vert **>6
den, zal bestaan. Aivoenng van ueze puoicu b^^
ging veroorzaken, want binnen eenige maanden moet het p e ^
ging veroorzaken, want onnien eenige maauueu ^
stuur toch met een suppletoire begrooting bij den Raadkuni, ^
komen. Er zal dan ook gelegenheid zijn geweest, oni hlaa
leeningsplan aan het oordeel van Z. E. den Minister van v00l
nin te onderwerpen. , J Jotr
Ten slotte wijs ik nog even op den toestand van de Hana*
kade. Ik ben het eens met den heer Abrahamsz, dat die 1 W
stand een jammerlijken indruk moet maken op den vreeflU, E, ^
i nu oi hiinn 7.fis maanden s-eleden. dat een ged8 Bl(
ling. Het is nu al bijna zes maanden geleden, dat een geae> stef
dier kade afgebroken is en alsnog is het herstelwerk met a-, 1%,
Ho lz-orlp cu'hpiift maar vprrlp.r door. Als r \ J
gevangen. De kade scheurt maar verder door...”
|
|