| 1 |
 |
“... allerlei publieke vrouwen van het laagste allooi uit de
stad, soms in luchtige onderkleeding en korte bovenkleeren,
zelfs van papier, zich vereenigen om zich aan allerlei uitspat-
tingen over te geven, tot er kort geleden op een dier tarai s
in het derde district een doodslag en twee verwondingen,
waarvan een zeer ernstig, hebben plaats gehad. De politie,
die in de zeer uitgestrekte 2e. en 3e. districten niet talrijk is,
kan dus nmogelijk door rondes er achter komen waar er
dergelijke tarais worden gehouden, en er achter komende,
niet bij elk er van oen agent plaatsen.
Om nu te weten te komen, waar ze plaats vinden en ze te
kunnen tegengaan en te zorgen dat er niet vele danspartijen,
die in slemp- en braspartijen kunnen ontaarden, tegelijk in
de buitendistricten plaats grijpen, wordt de onderwerpehjko
keur voorgesteld. . , ,.
Een aan het voorgestelde tweede lid van art. -7 der keur
van 18 Juni 1917 (P. B. N? 11) overeenkomstige bepaling
vindt men in art. 478 van het nieuwe...”
|
|