| 1 |
 |
“...71
De afstand verminderde met de minuut. Want in dezen
vliegenden storm vloog de boot over het water. Daar
waren zij er.
Fluks vloog een lijn over hen heen, viel kronkelend
als een slang op hen neer en werd gegrepen.
Zoodra zij echter gespannen stond, brak zij.
Opnieuw en nogmaals en nogmaals werd een lijn
geworpen, tevergeefs, alle braken.
Sakkerloot, dat is flink zeevolk! riep Cornelissen.
Lijnen, jongens, lijnen, zij springen overboord.
Drie der mannen waren in zee gesprongen en grepen
nu de overboord geworpen lijnen. Een paar anderen
namen de gelegenheid waar dat hun bootje even bij
het schip kwam, grepen bliksemsnel de afhangende
touwen en klauterden naar boven.
Intusschen was het dengenen, die nog in de boot waren,
gelukt de barkas te grijpen, die achter de Mars lag.
Fluks waren zij overgesprongen en nu lagen zij ver
vooroverbuigend over den rand der barkas om de
pakjes uit hun boot te halen.
Eindelijk waren allen gereed, toen plotseling een
pakje over...”
|
|