| 1 |
 |
“....
Op Java komen de spoorlijnen en stoomtrams in de eerste plaats
Ook de inlanders maken daarvan druk gebruik. De meeste trams
zijn aangelegd in de suikerstreken. Verder zijn er mooie breede
harde wegen, waar, voor zoover de treinen en trams dit niet over-
bodig gemaakt hebben, postpaarden te verkrijgen zijn. De paarden-
posten staan op afstanden van vijf paal (een paal is 1500 M.) i).
Vroeger was het beneden de waardiglieid van een Europeaan anders
te reizen dan in een grooten reiswagen. Thans worden veelal kleine
l^rrOjes gebruikt, m verschillende streken van een ander tvpe. In
West- en Midden-Java zit men daarin niet de beenen omlaag,als b
ons. In Oost-Java is er geen bank in het karretje; het is een doos
zonder deksel en zonder voorplank, w^aar men van voren in kruipt
e teenen voor zich strekt op een matras en een kussen in den rug
^opt; een zeer gemakkelijke manier van zitten op lange afstanden,
nee bergstreken, waar alleen paden zijn, reist men te paard. Dames
laten...”
|
|