Your search within this document for 'lava' resulted in six matching pages.
1

“...Het water graaft in de buitenmantels der vulkanen diepe ravijnen uit, bij de groote bergen soms tot 200 M. diep; fiun aantal neemt benedenwaarts toe. Bij werkende bergen begint die ravijnvorming pas eenige honderden meters onder den top, omdat om den krater heen asch en zand telkens gelijkmatig worden neergelegd. Echter kunnen heftige erupties zelve ravijnen vormen, juist aan den top Kraters van den Merapi op Sumatra. beginnend; bij sommige bergen komen ze voor (vgl. het karton Smeroe in Bos Schoolatlas, kaart 35). Is er geen werking, dan ver- nielt het water langzaam de bergen; vele zijn tot runen geworden, waarin de voormalige kraters niet of nauwelijks herkenbaar zijn. De vulkanen bestaan uit hunne eruptieproducten: de zeer fijne asch; het grovere zand; steenen en lava. Aschregens komen verreweg het meest voor; lavastroomen bouwen een groot deel der vulkanen Nieuwe werkende krater van den Merapi. op, maar zijn thans zeldzamer. Vele bergen geven doorloopend...”
2

“... hoog als de hoogst waar- genomen windgolven). Ze overstroomde de naburige kusten van Sumatra en Java en werd aan de peilschalen waargenomen tot West-Europa, de Carabische zee, Zuid-Georgi, Kaap Hoorn, San Francisco en Alaska. De kusten van straat Soenda en de daarin gelegen eilanden werden geheel kaalgeschoren en 36000 menschen kwamen om, waar- van twee derden op ,Tava. De luchtgolf, die door het hoofdschot ont- stond, ging ruim drie maal de aarde rond, telkens in 35 uur 36 minuten. Geluiden werden vernomen tot op Ceilon, op Rodriguez, in Manilla en in Perth. Lava kwam bij deze uitbarsting in t geheel niet voor den dag, maar de aschrogen was geweldig. Aan de naburige kusten bereikte de aschlaag een dikte tot 60 cM. en was het eenige uren van den 27en volslagen duister, ook te Batavia. De asch bedekte een gebied van 25 maal Nederland, van Moko-Moko tot den Patoeha en van Sin- gapore tot de Kokos-eilanden. De fijnste aschdeeltjes bleven nog lang in den dampkring zweven en...”
3

“...palmen en casuarinen. De kokosnoten zijn natuurlijk door de zee- strooraingen aangevoerd, maar van de meeste planten liqogerop zijn de zaden door den wind van de naburige eilanden overgebraclit. Eoode en zwarte mieren hebben een menigte metershooge woningen in de gras- en varensteppen opgebouwd. Aardbevingen komen in den Archipel veelvuldig voor: zeer hevige hehben het meest plaats in het verbrokkeld gebied der diepe zeebekkens; vooral de Ambon-groep is erdoor berucht. De stad Amhon ' V Lava van den Ivamongau (Javas Oosthoek). In 1898 verrees aan den voet van den Lainongan, midden in een gouvei- nementskoffietuin, een lavaheuvel. De lava heeft, als meestal in Indi, het uiterlijk van ruwe cokes. Op den voorgrond door de hitte verschroeide koffieheesters en schaduwboonien. (aan een baai gelegen, als Lissabon en San Francisco) heeft er dik- wijls van te lijden; in 1835 en in 1898 werd ze verwoest, met verlies van menschenlevens. Terwijl men over verplaatsing van...”
4

“...vruchtbaarheid van den bodem, doordat zij de verweering bevorderen. Ook het vulkanisme vermeerdert de vruchtbaarheid; pas gevallen asch is bijzonder rijk aan voedende bestanddeelen en ook verweerde lava is een voortreffelijke grondsoort. Zoo zijn de hellingen der vul- kanen terreinen van weelderigen plantengroei en voor vele cultures geschikt; uitzonderingen vormen alleen nog on verweerde lavastroomen, die echter zeldzaam zijn, en de toppen van geregeld werkende bergen. De kalkgebergten zijn, al laten zij het regenwater te gemakkelijk door, volstrekt niet altijd onvruchtbaar, soms houdt de verweerde laag genoeg water vast, soms zit een ondoordringbare laag niet ver onder de oppervlakte. Slechten grond leveren veelal de mergelheuvels, maar ook deze uitzondering is ten deele gunstig: daar groeien de beste houtsoorten, als de djatibosschen; op vetten grond groeit het hout snel en is dan niet duurzaam. De laagvlakten bestaan grootendeels uit rivier- en zeeklei. Daar...”
5

“... bladeren, bloem- scheeden en vruchten vervaardigt, en om de olie uit het vrucht- vleesch. In den handel was vroeger alleen de vezelbast der noten van belang, maar in de allerlaatste jaren is deze geheel overvleugeld door de eetbare pit, sedert men op het denkbeeld gekomen is die 'in gedroogden toestand te vervoeren, de kopra, waaruit in Europa de olie geperst wordt. Deze wordt thans in reusachtige hoeveelheid uitgevoerd; de olie wordt in Europa in de zeepfabricatie gebruikt en sinds kort ook voor spijsbereiding, waardoor de prijzen zijn ge- stegen. Zoo is de kopra een zegen geworden voor de inlandsche bevolking. Ze komt vooral van .lava en Celebes, maar verder ook van bijna alle andere eilanden. Ze vormt thans reeds het derde of vierde uitvoerartikel van den Archipel naar de waarde (in 1905 voor 30, in 1906 voor 18 millioen gulden). De sagopalm groeit, evenals de klapper, door den geheelen Archipel, aangeplant en in t wild, maar t meest in t Oosten, terwijl de klapper in t...”
6

“... uitbarstingen hadden en lava-...”