| 1 |
 |
“...hoogte. De rivier is daar reeds meer dan 200 M. breed! Een engte,
met een bekken daarboven, is ook bij de Kapoeas te vinden, maar
veel hooger op dan aan de Mahakam. De doorbraak is beneden
Smitau. Daarboven ligt het Boven-Kapoeas-bekken (ongeveer een
vijfde der grootte van Nederland), dat bij hoog water nagenoeg geheel
onderloopt. In t westen is ook dit bekken door meren {danaus'y
ingenomen, die zelden droog worden.
Het water (in het merengebied) is donker, niet troebel, maar bruin-
achtig geel van kleur. Het w^aterwoud is niet zeer hoog, blijkbaar
armer aan boomsoorten dan elders in Borneo. Het geheele landschap
is zeer eentonig....Al spoedig lag het Danau Serijang vr ons,
een groote watervlakte, omgeven door onooglijk kreupelachtig moeras-
bosch. Wanneer ik het hoofd bukte, zoodat de krans van fraai gelijnde
bergen, die het merengebied omgeeft, mij niet meer in het oog viel,
kon ik mij terug wanen op een der groote vaderlandsche veenpiassen,
bijv. die van Kortenhoef...”
|
|