| 1 |
 |
“...63
~ 8 —
Artikel 13.
1. Indien het dienstbelang het onvermijdelijk maakt,
dat aan een ambtenaar werk wordt opgedragen bui-
ten de vastgestelde werktijden, wordt hem op de in
het tweede lid bepaalde voet een beloning toegekend,
met dien verstande, dat arbeid, die geen regelmatig
karakter draagt en gedurende korter dan een half
uur aansluitend op de normale werktijd wordt ver-
richt, niet als overwerk wordt aangemerkt.
2. De beloning voor overwerk wordt als tijdelijke toela-
ge genoten en bedraagt per uur het inkomen, gedeeld
door vijftig maal het normale aantal werkuren per
week, vermeerderd met tien ten honderd; voor dienst
op een dienstvrije dag, op een feestdag als bedoeld in
artikel 20, vierde lid, en tussen Zondag zes uur en
Maandag zes uur, vermeerderd met honderd ten hon-
derd.
3. Geen beloning voor overwerk berekend per mur
wordt genoten door ambtenaren in de rang van com-
mies of daarmede in bezoldiging gelijk te stellen en
hoger, noch ook door ambtenaren...”
|
|