| 1 |
 |
“....
De beambten en bedienden van motoromnibusdiensten, die
in aanraking komen met het publiek, moeten gedurende de
uitoefening van den dienst van eene dienstkleeding of van
een dienstonderscheidingsteeken voorzien zijn.
De dienstkleeding of het onderscheidingsteeken moet bij
het in art. 21 bedoelde reglement omschreven worden.
Art. 57.
Het publiek is verplicht de voorschriften op te volgen, wel-
ke door de beambten en bedienden van den motoromnibus-
dienst, aan hunne dienstkleeding kenbaar of van eene aan-
stelling of van een onderscheidingsteeken voorzien, in het be-
lang van de orde en veiligheid worden gegeven.
Art. 58.
De conducteurs van de wagens zijn verplicht onmiddellijk
na eiken rit de rijtuigen van binnen te doorzoeken en zorg te...”
|
|