| 1 |
 |
“..., op Probolmgo. Daar werd
fn het district Lemadjang eene particuliere suikerfabriek opgene .
Daarbij bestond schijn noch schaduw van dwang, noch van hu p
medewerking van de zijde van het Gouvernement, want de reside ,
een zeer honorabel man, behoorde volstrekt niet tot myne politieke
richting en heeft de oprichting van die fabriek met bevorderd.
Er bestond daar een gpuvernements-contract, dat slechts 250 bouws
aanplant had. Dus had het Gouvernement in zyne
moeten bedacht zijn om dat contract uit te breiden tot 400 bouws.
Had men dat voornemen, dan had men in dit district die paiticulieie
onderneming niet moeten laten tot stand komen. Nu is die onderne-
ming daar; zij betaalt weinig belasting. De gouvernements-contractan
brengt p. m.'45 percent van zijne inkomsten aan den lande op. Is
dit een toestand dien men over het hoofd had moeten zien? n
is dat nu de schuld van de koloniaal liberale partij? De vergun-
ning tot het oprichten van die fabriek is gegeven onder het bestuur...”
|
|