Your search within this document for 'be' resulted in four matching pages.
1

“... inkomsten, contante waarden genaamd, vormen de posten van de wetenschappelijke balans. De wijze van berekening is in de §§ 14 en volgende van de eerste wetenschappelijke balans van het pensioenfonds uiteengezet. Genoemd artikel 3 schrijft dan ook de vijfjaarlijkse opstelling van dergelijke wetenschappe- lijke balansen voor. Uit deze blijkt, of er evenwicht bestaat tussen de contante waarde der verplichtingen en het kapitaal vermeerderd met de contante waarde der bijdragen. Indien de eerste groter is, heeft het fonds een tekort. Lid 2 van artikel 4, zoals dit na de bij bovengenoemde Landsverordening aangebrachte wijziging luidt, regelt de dekking van dit tekort door annuteiten, jaarlijks gelijkblijvende be- talingen door het Land en de Eilandgebieden aan het fonds. Het bepaalt verder, dat deze annu- teiten zo hoog gesteld worden, dat het tekort is ingehaald 10 jaar na de datum van de balans, waarop het geconstateerd is. De contante waarde van deze verplichte annuteiten zou als...”
2

“... jaar erop wijst, dat in het verleden het pen- sioen op een te laag deel van de pensioengrondslag is gesteld, m.a.w. dat de toekomstige pensioen- lasten toen enigszins te laag zijn geraamd. § 6. Grootheden ter berekening van de contante waarden der lasten van de aan na te laten be- trekkingen van in dienst zijnde deelgenoten toe te kennen weduwen- en wezenpensioenen Deze grootheden zijn in 5-jarige leeftijdsgroepen opnieuw afgeleid uit de waargenomen toe- stand per 31 december 1954. Het staatje op de volgende bladzijde geeft daarvan een overzicht op dezelfde wijze als op blz. 23 van de tweede wetenschappelijke balans. CLCI Ct/D De grootheden W en W £ geven de contante waarden der lasten aan weduwen- en wezen- pensioen per eenheid van laatste pensioengrondslag van de overledene, resp. op het ogenblik van overlijden in dienst en op het ogenblik van pensionering....”
3

“... er nog kleine afwijkingen, welke toegeschreven moeten worden aan de nieuwe basis, welke aan de be- rekening der grootheden is gegeven. Uiteraard wijkt de toestand in gezinssamenstelling en leef- tijdsverschillen op 31 december 1954 af van die op de vorige balansdatum. Die toestand is zonder afronding tot uiting gebracht in de kolommen voor de contante waarden der lasten per gulden weduwenpensioen. Slechts de grootheden W zijn afgerond. Men krijgt door vergelijking met de waarden van de vorige keer een indruk van de nauw- keurigheid, welke bij dit soort berekeningen wordt bereikt. De verschillen zijn in het algemeen niet meer dan enkele procenten van de waarden, speciaal voor de belangrijke middelbare leef- tijden. § 7. De pensioen- en bijdragefactoren In de §§ 35 t/m 47 van de tekst bij de eerste wetenschappelijke balans is een uitvoerige uit- eenzetting gegeven van de afleiding van de factoren, waarmede de pensioengrondslagen van de in dienst zijnden vermenigvuldigd...”
4

“... leef- en diensttijdeisen, welke thans gelden. Het bedrag van het pensioen wordt echter berekend volgens de nieuwe bepalingen en gebaseerd op de nieuwe pensioengrondslagen. De verhouding van pensioen tot grondslag is van de diensttijd afhankelijk. Zonder het be- rekenen van gemiddelden kan de invloed van de verlaging van het percentage van de grondslag, dat n jaar dienst aan pensioen oplevert, op genoemde verhouding gevonden worden. Voor minder dan 20 dienstjaren daalt het percentage van 2,5 op 1,8 of in verhouding F8 2,5 0,72. Na 25 jaren dienst bedraagt het pensioen volgens de oude regeling 58J %, volgens de nieuwe 45 % van de grondslag of de nieuwe PjG is 0,772 maal de oude. Voor 30 jaren zijn deze grootheden resp. 67 %, 50 % en 0,75. Door vermenigvuldiging van de bestaande verhoudingen pensioen tot grondslag met voor de verschillende leeftijden van pensionering aangenomen waarden van de verlaging van die verhoudingen zijn nieuwe waardin van PjG verkregen. Voor de...”