| 1 |
 |
“... grootte af zal hangen van de maatregelen, te
nemen op grond van deze eerste wetenschappelijke balans.
De berekeningen van Hoofdstuk IV, deel 7 hebben laten zien, dat de lasten,
die nieuw-toetredenden voor het fonds meebrengen, voor zoover het eigen pensioen
betreft, gedekt worden door een bijdrage gedurende actieven dienst van 25,21 %
van den pensioengrondslag, voor zoover het weduwen- en weezenpensioen betreft
door een bijdrage van 6,13 /o van den grondslag, resp. van het pensioen, zoolang
de deelgenooten pensioengerechtigde betrekkingen hebben.
Vooral voor eigen pensioen is dit dus veel meer dan tot nu toe werkelijk ge-
stort wordt.
Een deel van het tekort vloeit hieruit voort, dat bij de opstelling van de ba-
lans niet op deze benoodigde bijdragen is gerekend.
Staat IX (blz. 61) geeft de balans, zooals deze zou worden, indien jaarlijks
de voldoende bijdragen van 25,21% en 6,13% gegeven zouden worden. Toch ver-
toont ook die balans een tekort, en wel van f 10 198 000.
ยง 57...”
|
|
| 2 |
 |
“...43
van de nieuw-toegetredenen en de passiva met de contante waarde hunner toekom-
stige pensioenen. Daar beide erbij getelde posten aan elkaar gelijk zijn, blijft het
verschil van de activa en de passiva, d.i. het saldo, al dan niet nadeelig, gelijk.
Wordt daarentegen minder bijgedragen, dan neemt een eventueel tekort op de ba-
lans, opgemaakt vr de toetreding, toe met het nadeelig verschil tusschen de con-
tante waarden der pensioenen en der bijdragen en wordt een eventueel voordeelig
saldo met dat verschil verminderd.
In de eerste plaats zal men het tekort, dat een balans vertoont, willen aan-
zuiveren. Indien men dit gedaan heeft, is men er bij de balans met een bijdrage-
percentage lager dan het benoodigde nog niet, want men krijgt dan een steeds terug-
keerend tekort, door de nieuwe toetredingen veroorzaakt.
Wil men deze verslechtering van de balanspositie voorkomen, dan moet men
ook dat tekort bijpassen. Men betaalt dan ineens de contante waarde der nadeelige...”
|
|