|
|
|
|
|
| 1 |
 |
“...
bidden. In het kinderlijk opregt gemoed fpreek,t
eene ftem tot hem; zij verwijt hem onbewimpeld
het plegen van logen en bedrog.... ach 1 voor de
eerftemaal zijns lvens heeft de ruwe, maar brave
man, naar zijne wijze van zien, dezen dag, op-
zettelijk kwaad gepleegd, moedwillig iemand be-
drogen.
,, Foei, Jan van der Stap zegt hij ov$r
zich ontevreden en verontwaardigd, tot zich zel-
yen.---- Onderneemt gij nog, met eene leugen
in de hand uw avondgehed te doen ? Schaam
K 5 u!...”
|
|
| 2 |
 |
“... anders naauwelijks geloo-
yen zoudt, fprak Boone, toen wij op de ftraat
gekomen waren. Ik vond mij verpligt, u te
waarfchuwen, Ligt hadt gij, in het vervolg,
Henrietta kunnen ontmoeten, haar herkend
,, en dan, Renberg! zoude uw ongeluk niet
,, te berekenen geweest zijn; gij hadt, in dat ge-
val, de Brikken der listige Palonnier niet kun*
nen ontgaan. Ik ben thans meteen op de
huichelares gewroken, die mij nog ven fpijtig
als voorheen, op zekefen afftand en met ene
R 4 foort...”
|
|
| 3 |
 |
“...54 DE NEEF VAN CURASAO.
liet verhaal, dat deze brave, oude vrouw aan hare
-gewezene meesteres, omtrent de wederwaardighe-
den van Jufvrouw Dalman had medegedeeld, was
(door Mevrouw Swarthoven de innigfte belang-
ftelling in het lot van de lieve ongelukkige opge-
vat geworden, en had zij beloofd voor Henriet-
ta's toekomftige beftemming te zullen zorgen, ge-
lijk zij haar dan ook ,* kort daarna, in gemelde hoe-
danigheid op zeer voordeelige voorwaarden had
aangenomen. En het was ten huize dezer mensch-
lievende vrouw, gelijk wij hebben gezien,
dat Kapitein van der Stap zijne geliefde nicht
Henrietta wedervond.
Op deze wijze ontknoopte zich thans, door de
oplosfing, die elk der nu vereenigde vrienden van
zijn wedervaren gaf, al het raadfelachtige, dat tot
hiertoe in de ontmoetingen van fommige perfonen
in deze gefchiedenis voorkomende, was overgeble-
yen. Zoo vrolijk, met zoo veel hartelijke vreug-
de was te Am ft er dam, misfchien finds langen
tijd geen...”
|
|
|