Your search within this document for 'was' resulted in 203 matching pages.
 
1

“... een weinig kortswijl onder laat loopen. Kortswijl, baas? Ik heb het in mijne ge- dachten niet. * Nu! nu! al was dit zoo: geene zwarigheid .. ook....”
2

“...4 DE NEEP VAN CURASAO. een vrolijk Pukje zijn, feldrement! waarbij men zijn hart eens kan ophalen met lagchen: weet gij, baas, zoo als ze in onze jeugd fpeelden, Krelis Louwen, Don Quichot op de Bruiloft van Kamacho, en dan had men nog: de Wiskunjle- naars, de Bedrogen Officier, en meer zulke grappige Pukken; die deden een mensch den le- ver nog eens fchudden. f Ei lieve! dat komt kostelijk. Zij zullen mor- gen avond den Neef van Guadeloupe geven: dit zou dan juist een kolfje naar uwe hand zijn: want ik hoorde mijn zoon zeggen, dat het en blijfpel was. UEd. hebt derhalve maar te be- fchikken, er zijn lootjes tot uwen dienst. Wel baas, dat aanbod is vriendelijk. Maar, kom aan! daar gij zoo goed wilt zijn, zal ik er gulweg gebruik van maken. UEd. zult toch waarfchijnlijk, een paar vrien- den willen medenemen? Ik vraag dit, om te we- ten, hoe veel lootjes UEd. verlangt te heb- ben. Sakkerloot! baas, dat is nu al te beleefd. 4. Eene...”
3

“...8 DE NEEF VAN CURACAO. i, een handwerk op te leiden. Ok heeft hij im- s> mets al verfcheidene bedrijven bij de hand gehad, s Maar, ja wel! het eene wilde zoo min opnemen it als het andere; geen van zijne meesters kon met hem uit den weg; alle verklaarden uit net *> mond, dat zij nooit zulk een wispelturig fchep- fel hadden aangetroffen. Dat geloof ik wel* > men wist niet welk chenie er in den jongen fiak; zulk alledaagsch werk was voor onzen Jojakim s5 niet gefchikt. Daarom raadde de Heer Ossepoot t ons: wij moesten de natuur flil haren gang la- t> ten 5 dan zouden wij nog eens zien, welk een ,, groot man er van den jongen zou te voorfchijt* s, komen. Niemand zou het achter hem zoeken. , Zoudt UEd., die een oud zeeman zijt, wel it kunnen gelooven, dat hij op een haar na weet te zeggen, waar Engeland op de kaart ligt ? * Maar wat voert zulk een ledigloop,er den ge- heelen dag uit, baas? Lediglooper?------ Beware de Hemel! UEd. ,, gevoelt toch: zoo iemand moet...”
4

“...DE NEEF VAN CURASAO. i1 ,, te noemen!.... De onbefchaamde! het was, als deed hij het er om; dat ging, oin het andere woord, baas! Ma foil baas!!.... ik ben gen- ,, digneerd. Niet meer 'dan ik: en sois sr, ma steur / fprak Jufvrouw Juliette des Heeren Knuppel- busch, jongde telg, die niet hare zuster Hor- tense in eene aangrenzende kamer gezeten, het gefprek, dat tusfehert haren vader en Van der Stap in het fpreekvertrek plaats had, gedeeltelijk had afgeluistei-d, en nu ook het geprangde hart wilde lucht geven. Maar, vervolgde haar Ed. is dat ook zich exprimeren, vis d vis zulk een individu'!' Je tai dit cent fois : papa pretendeert verftand te hebben; maar hij taleert geen grein ducatle, de man heeft geeri manire de yivre. 4, Hebt gij die bxpressien 'gehoord?... Je le repte, j, ma steur, waarachtig! papa heeft geene men- ,, fchenkenms; c'est un homme sans fagon, een man, die zijne familie ridiculiseert. Het cha t, grineert iemand, aan zulk eenen mensch...”
5

“...is DE NEEF VAN CURASAO. j, r.en wereldtoon. Was dit eene conversatie met ,, dien varensknaap! Zulk eenen vent van alles ex- plicatie te geven! zich door zulk een tre aller- lei ionises te laten zeggenDie vlegel! met zijn baas! 'baas ,, De karei zou een opulent fortuin bezitten, ,, a cc que Pon dit - J'cn ai oui dire, Puissant richc en weduwe^ naaf.... Comment P Ne pas mari? En naar men verzekert, opzettelijk gerepa- trierd om..., raad eens, Juliette! pour sc choisir une femme hollandaise / Fi done hollandaise 99 Aan wie ook anders dit grotesk figuur zoude , gevallen! Oh del! ce monstre mar in! Eh hien, ma steur! eh bien! Je Favoue, cs gens sant mal lchs, mais. de bons poux, traitables.... Oh / adorables !..,, Ma foi! ils ont de la bonhommie!.., Maar, gij gaat mij telkens in , den weg (laan, en belet mij in den fpiegel te zien. Recules done un peu! Mijn garnituur i$ geheel en dsordre, Vindt gij niet', dat dit bal-kostuum mij. lgant ftaat...”
6

“...4 DE NEEF VAN CURASAO. in cenen adem': Maar, waar blijft toch de meid? Slof, Hof, flof! ging het door den gang.... daar was de meid al, levensgroot! Hooft gij dan niet, Jakomijn! hetgeen papa u beval ? beet Jufvrouw Hortense de dienst- maagd vrij fpitsvinnig toe. Gij zijt toch altijd een doof fchepfel, Jako, ,, mijn! voegde Jufvrouw JuLiETTExer in gram- me woede bij. ,, Wij zullen zelve nog hef portier moeten openen Ik had mijr>c pantoffel in den gang verloren, jonge Jufvrouw fprak de floof., en wilde, toen zij het rolkoetsje in het oog kreeg, dadelijk naar het portier ijlen. Haal eerst de parapluie eens, van achter de trapdeur van daan! gebood de Heer Knuppel- busch aan de meid, haar terug wijzende. Ziet ,, gij dan niet, hoe hard het regent?. En de jonge Jufvrouwen hebben hare dansklecdjes aan! zij ,, kunnen, door zulk een weder, niet over de floep gaan, of worden druipnat. De meid gehoorzaamde. De Heer Knuppel- busch begaf zich voor, aan de...”
7

“...DE NEEF VAN CURASAO. 15 ,, Naar den Franfchen Tuin, in de Elandftraat! jongetje! gelastte de Heer Knuppelbusch den voerman, die juist wilde afftijgen, en hevig in den baard gromde, dat men hem zag, en toch in dit weder zoo lang liet wachten. ,, Wat?... Naar den Franfchen Tuin, in de Elandftraat?... Zijt gij niet wijs?? bulderde eene ftentorftem den Heer Knuppelbusch van uit het brommertje tegen; en te gelijk ftak iemand, met eene vervaarlijk groote batterij-pruik op, het hoofd buiten het portier, en vervolgde: Wij ,, moeten wel degelijk hier, in. de Kalverftraat ,, zijn; zegge, bij den meester kleermaker en la* ,. kenwinkeljer Christophorus Knuppelbusch, Maak ons toch, in s Hemels naam, het portier open! De Heer Knuppelbusch beefde van fchrik te* rug. Wie het niet beter wist, zou gezworen heb- ben dat de levende Medusa heid van uit het brommertje had toegegrijnsd. Het was nogtans een zijner oude bekenden, de notaris Baldriaan Sperwer, door twee getuigen...”
8

“...l6 DE NEEF VAN CURASAO. uit Louviers, welke den Heer Knuppelbuscii , dien morgen, van het kantoor der gebroeders L. en M. Ruijvenaar ter verering was aangeboden, doch waarop zijn Ed., om redenen hem en den Heer boekhouder Ossepoot grondig bekend, de voldoening ter fomme van drie honderd acht en veertig guldens Nederlandsch geweigerd had. ,, Maak dan, toch het portier open, dat wij uit den brommert komen! gromde de notaris. Ik kan immers, in dit wandelend pothuis, geene akte pasferen. De Heer Knuppelbusch maakte eindelijk, met behulp van den voerman, zelf het portier open: waarna de notaris en getuigen uit het rolkoetsje flapten en, onder het ftatig gevolg der dienstmaagd, die als een oud burger-vaandrig het regenfcherm om- hoog hief, door den Heer des huizes werden naar binnen geleid. De jonge Jufvrouwen' Knuppel- busch, die zediglijk in de zijdkamer verfcholen zaten, lieten, toen zij den Heer Sperwer za- gen binnen treden, behendig de glasgordijn vallen...”
9

“...t8 DE NEEF VAN CEA£AO. baar ambtenaar, in de uitoefening zijner eerbied* ,, waardige bediening te befpotten, hem over. luid na te baauwen?.. Ik ben nu finds dertig jaren aan de praktijk; maar, zoo iets verregaands, is mij nooit overkomen dat zeg ik u!. i Ei lieve! Het is volftrekt niet op UEd. ge* munt. Zij zijn dddr boven met Mahomet be- s zig* Met' Mahomet ?... Mahomet ? ... Knup- plbusch zijt gij befchonken? of., of wat.. wat fcheelt u? Het zal misfchien een oude kleerenjood zijn, tdie z heet, en met wien zij dddr boven ruzie hebben, merkte een der getuigen, die een ongemeen fchrander man was, aan. Mahomet is immers geen Joodfchc naam, maar van Turkfchc afkomst? hernam de andere, die zijnen makker geen haar in flimheid wilde toe- geven.- Turkfche of Joodfchc/ gromde de Heer Sper- wer die nu eerst regt warm werd; terwijl hij den bril reeds van zijnen neus afligtte, en de akte weder in zijne brieventasch borg. ,, Wij zullen maar weder heen...”
10

“... Knpplbusch 4 Wien het niet ns was ingevallen j dat ineii hem niet Wei bgrepn had* Heb ik n van ai mijn ievenzeld t Heer Sperwer een zoo vroom gezigt trek- kende j ais zag hij eenen Ontvangerder registratie jn het Water vallen: Wie kon daar ook Op b- dacht zijn! Moet dat komedie fpelen beteeke- i, nen! i, He! wat dacht UEd. dan, dat het anders kon B 2 zijn?*...”
11

“...So DE NEEF VAN CURASAO. zijn ? hernam de Heer Knuppelbusch met bevreemding, en voegde er in nen adem bij: Het doet mij plezier dat UEd. thans mijnen ,, zoon Jojakim gefustififigiceerd ziet; doof zulk een misverftand zoude men iemand allerlei gek- heden kunnen aantijgen! Ha, ha! dan is dat uw zoon, die bij mijnen ,, ambtgenoot Twijnmolen als klerk op het kan ,, toor geweest is?.... Ja, ja! nu her- ,, inner ik mij, wel meer van hem gehoord te ,, hebben: hij was meen ik toenmaals, lid ,, van een liefhebberij tooneel, hetwelk daar er- gens in de Vinkenbuurt moet te huis behoo- ren# Juist! om UEd. te dienen. Maar tegen- ,, woordig ig hij al zoo veel weet Ed. ? als de opperfte van het gezelfchap, en hij zal , het nog wel verder brengen. Tusfchen ons, in ,, vertrouwen gezegd! ~~ de groote fchouwburg moet er onder, als mijn zoon zich denzelvenniet aantrekt: daar loopt het hard naar toe. Doch , onze Jojakim heeft gezworen, dat hij geenen , voet op het...”
12

“... regter tijd de lang verwachte hrommert, die bedeld was , om de Jufvrouwen Knuppelbusch naar den Front fchtn tuin te brengen, alwaar deze avond eene fchittercnde danspartij zoude plaats hebben. De be*...”
13

“...DE NEEF VAN CURASAO. *3 beminnelijke meisjes grepen om ftrijd naar de fchel. De dienstmaagd kwam, opende het portier, en in een oogenblik waren d Jufvrouwen aan den blik van den Heer Sperwer ontfnapt, en hadden hare plaatfen in het rolkoetsje ingenomen. Juist keerde de Heer Knuppelbusch, dien het gelukt was zijnen zoon tot ftilzwijgen te bewegen, van boven terug, toen er een vreesfelijk geweld voor aan de ftraat ontftond en bons!.. een der grootfte fpiegelglas-ruiten jn de fraaije winkeldeur werd ingefmeten. ,, Hale hen de duivel! dat zullen ze mij beta- lenl.... riep de Heer Knuppelbusch, driftig naar de deur loopende; terwijl de Notaris en ge- tuigen die mede voor den dag kwamen, hem nieuwsgierig volgden; en ook de huishoudfter met de dienstmaagd, op het gerucht, naar voren kwamen ftuiven. Een vertederend fchouwfpel!..., Daar lag te midden der ftraat, omringd door een anderhalf honderd omftanders, de voerman van het brom- mertje, hetwelk den Heer Sperwer had...”
14

“...*4 DE NEEF VAN CURASAO. bragt, verzocht, hij mogt, uit hoofde van den naauwen doortogt, zijn paard en rijdtuig een wei- nig ter zijde leiden; doch was, toen de andere zulks onbefchoft weigerde, er met een frisfchen draf op doorgezet en had, in zijn onbefuisden ren, den geheelen augurken-winkel het onderst boven gereden, hetwelk de zuurverkooper thans den voer- man die door zijne weigering oorzaak van dit ongeval was, met een duchtig pak Dagen betaald zette. Van paard en brommertje was geen ipoor meer te zien. Eenige dozijnen ftraatjongens had- den zich intu&fchen van beide meester gemaakt; waren er toen, vrolijk en wel, onder een uitbun- dig feest-gejuich, mede heen gedraafd; en hadden, daar niemand den glansrijken optogt tegenhield, bereids lang de Kalverflraat verlaten. Een erger noodlot nogtans verbreidde het brommertje, waarin de Jufvrouwen Knuppelbusch zaten. Het paard, door den onzachten (chok tegen de augurkjes-kraam, fchic-htig geworden, was aan het hollen...”
15

“...DE NEEF VAN CURASAO. 25 door middel van hijsehtouw en blok, van uit d diepte te verlosfen, en den overigen toeftel, zoo goed en kwaad men vermogt, weder op de been te helpen. Eerst echter had men de Jufvrou- wen Knuppelbusch met kunst en vliegwerk, uit het brommertje gehaald, en van fchrik bezweken, in het naaste wijnhuis gebragt: waar haar Edelens, door een vijftigtal menfchenvrienden, met jenever en ftroop tot zich zelven werde gebragt en aan de maatfchappij teruggegeven. Oh ciel!.... ma pauvrf garniture!,'' - Dit waren de eerfte, fmartelijke woorden, met welke Jufvrouw Hortense, een diepen zucht {la- kende en de oogen wild in het rond flaande, van uit hare bezwijming herkwam. ,, C est tout chiffonnt, gdt, derang!... liet hare zuster, die ook zoo even in dit onder- maanfche leven was teruggekeerd, na eene benaauw- de ademhaling, tot antwoord hooren. Zij leven beide nog als alen! fprak een koopman in paling en zoutevisch, die menschlie- vend eene behulpzame...”
16

“...26 DE NEEF VAN CURASAO. de muts naar was, om dezen avond aan danfen * laat liaan, aan het bal in den Franfchen tuin te- denken. Zij moesten tot het verfchrikklijk befluit komen, bal en dansvermaak er voor ditmaal aan te geven; en zoo verfomfooi.i als zij thans waren, te voet naar huis ter keeren; hetgeen- dan ook, op heeter daad, onder het ftatig geleide van een hon- derdtal jongens werd ten uitvoer gebragt. Een ander tooneel had intusfchen de kloppartij, die voor het huis van den Heer Knuppelbusch voorviel, afgewisfeld. Dddr Hond nadat mep de vechtenden had gefche-iden, onder eene fchaar van menfchen, de Heer^ Baldriaan Sperwer, ten aanhoore der riienigte, eene mannelijke rede te voeren. ,, Dat komt er van die onzalige nieuwighe- ,,' den! fprak zijn Ed. tot in de ziel bewo- gen, terwijl tranen des diep gekrenkten gevoels s mans wangen befproeiden, Van dien tuimel* geest, die hedendaags tot alle Handen en rangen van adams nageflacht fchijnt doorgedrongen...”
17

“...DE NEEF VAN CURASAO. s8 zucht er voor meer algemeen is geworden. Wie ,, opgang wil maken, maar het klimmen fchuwt uit hoofde het kruipen hem gemakkelijker valt, */oo gelijk de kwakzalvers en kome in een afgc- ,, fletcn pakje, */ dat uitjleekt, £ / menigte gelijkt den boeren : zij hecht aan al wat ,, kakelbont isy al was het overigens zoo oud als ,, de weg naar Rome. Verklaren wij ons der* ,, halve tot voorjlanders van een ander nieuw t dat zegt van het oude! verwijderen wij ons ,, van den weg, die thans jan alleman bewan- ,, delt! Men zal onze ftoutheid bewonderen. Zcld- zamen, die wij zijn, zullen we, o/ oze zo- ,, derlinghcidy aan floot lijden. Maar tien tegen int zoo wij niet, op onze beurt, oz* navol- ,, gorr hebben. .. ,, Dat is toch eene vrij duistere taal! Dus- viel de Heer Knuppelbusch die met wijsgeerige fcherpzinnigheid .had toegeluisterd, den Notaris in de rede. ,, Begint gij ook al voor duisterlingen te fchel* ,, den ? hernam de Heer...”
18

“...DE NEEF VAN CURASAO. 33 p mijn hoofd ?.. riep de Heef Knuppelbusch uit Ik die zoo onfchuldig ben , ,, als.... Hadt gij, mijnheer! niet voor duisterling be- ginnen te fchelden, voer de notaris Voort t dan, mijnheer! had een oproer-ademend jan* ,, hagel geene aanleiding gehad, zijnen moedwil bot te vieren Gij mijnheer! gaaft, door uwe aan* merking, het fein tot die onbeteugelde uitfpat* ting, tot die bandenlooze uitgelatenheid, waar* ,, van ik het deerniswaardig flagtoffer was ,, Ik, mijnheer Sperwer ?. Ik ? ene fraaije klucht! Ik dacht nog al, dat.. > ,, Daar zit hem de knoop! merkte de Heef ssepoot aan. UEd. moest eigenlijk niet ,, gedacht hebben, mijnheer Knuppelbusch fprak hij, zich tot den befchuldigde wendende. Als UEd. onze ftaatsleer beleedt, dan zoudt Ud., met verlof gezegd, nooit Verder denken , dan uw neus lang is; dat is, met andere ,, woorden,al wat niet regtftreks tot uw achting* ,, waardig vak als meester 'kleermaker en lakenwit...”
19

“...DE NEEF VAN CURASAO. $5 v, het heeft onberekenbaar veel kwaads gedicht;. het is het werktuig, waardoor de fatan het den- $4 ken in de wereld heeft gebragt ; door het lezen helpt hij den mensch aan het onderzoeken, * 4, aan het beoofdeelen 4 het maken van gevolg* i, trekkingen enz.; dit ftreeit den hoogmoed van ,, den trotfchen mensch; en- nu gaat de arme aard* 4, Worm zich verbeelden, dat hij al Vrij wat kan, ,, beuzelt Van menfchenwaarde, droomt van vrij* V heid, van menfchengeluk, en de Hemel weet ,, welk tuig! Zie, mijnheer! ik zeg altijd: pra-. ten aegt niets; de proef op de fom doet alles , af; en die wil ik u thans leveren. Ga, bij Voor beeld, naar de Kaffers, naar Lapland, daar 44 leest geen moederziel: maat hoort men daar 5, ooit Van fCheurmakers, Van ketterijen in het '1, wijsgeetige of ftaatkundige? Nog meer,mijn- 4, heer! In d middeleeuwen konden alleen d * geestelijken lezen, en dan Was het nog atmliar- tig monnikenlatijn: gelukkig tijden toen...”
20

“...3<5 DE NEEF VAN CURASAO, ,, onze paters inkwifiteurs, onze auto-da-fs riiet hebben, beteugelen wij den heilloozen pestvloed ,, niet; halve maatregelen, gelijk zulk eene ellen- dige boek-cenfuur als zij elders hebben, zijn mij geen koperen duit waard. Daar is iemand met eene hoeden- en pruike* doos! kwam de dienstmaagd zeggen. En de andere man is ook terug; de fleper ftaat voor* de deur te wachten. ,, Laat binnen komen! gelastte de Heer Knuppelbusch. Hoeden- en pruikedoos werden binnen gebragt. Weldra had de Heer Sperwer zich het achtbaar kapfel ordelijk opgezet. Met inachtneming der ver- eischten, bij de wet voorgefchreven, werd nu de akte van protest, in welker voorlezing de notaris was blijven fteken, ter wereld gebragt: waarna de Heer Sperwer eindelijk affcheid nam, en, daar het vast hard doorregende, met de flede zijne terug- reize aanvaardde. ,, Nu kan ik n ding niet opkrijgen, fprak de Heer Knuppelbusch tot zijnen boekhouder, nadat de notaris...”