| 1 |
 |
“... een weinig kortswijl
onder laat loopen.
Kortswijl, baas? Ik heb het in mijne ge-
dachten niet.
* Nu! nu! al was dit zoo: geene zwarigheid
.. ook....”
|
|
| 2 |
 |
“...4
DE NEEP VAN CURASAO.
een vrolijk Pukje zijn, feldrement! waarbij men
zijn hart eens kan ophalen met lagchen: weet
gij, baas, zoo als ze in onze jeugd fpeelden,
Krelis Louwen, Don Quichot op de Bruiloft van
Kamacho, en dan had men nog: de Wiskunjle-
naars, de Bedrogen Officier, en meer zulke
grappige Pukken; die deden een mensch den le-
ver nog eens fchudden.
f Ei lieve! dat komt kostelijk. Zij zullen mor-
gen avond den Neef van Guadeloupe geven: dit
zou dan juist een kolfje naar uwe hand zijn:
want ik hoorde mijn zoon zeggen, dat het en
blijfpel was. UEd. hebt derhalve maar te be-
fchikken, er zijn lootjes tot uwen dienst.
Wel baas, dat aanbod is vriendelijk. Maar,
kom aan! daar gij zoo goed wilt zijn, zal ik er
gulweg gebruik van maken.
UEd. zult toch waarfchijnlijk, een paar vrien-
den willen medenemen? Ik vraag dit, om te we-
ten, hoe veel lootjes UEd. verlangt te heb-
ben.
Sakkerloot! baas, dat is nu al te beleefd. 4.
Eene...”
|
|
| 3 |
 |
“...8 DE NEEF VAN CURACAO.
i, een handwerk op te leiden. Ok heeft hij im-
s> mets al verfcheidene bedrijven bij de hand gehad,
s Maar, ja wel! het eene wilde zoo min opnemen
it als het andere; geen van zijne meesters kon met
hem uit den weg; alle verklaarden uit net
*> mond, dat zij nooit zulk een wispelturig fchep-
fel hadden aangetroffen. Dat geloof ik wel*
> men wist niet welk chenie er in den jongen fiak;
zulk alledaagsch werk was voor onzen Jojakim
s5 niet gefchikt. Daarom raadde de Heer Ossepoot
t ons: wij moesten de natuur flil haren gang la-
t> ten 5 dan zouden wij nog eens zien, welk een
,, groot man er van den jongen zou te voorfchijt*
s, komen. Niemand zou het achter hem zoeken.
, Zoudt UEd., die een oud zeeman zijt, wel
it kunnen gelooven, dat hij op een haar na weet
te zeggen, waar Engeland op de kaart ligt ?
* Maar wat voert zulk een ledigloop,er den ge-
heelen dag uit, baas?
Lediglooper?------ Beware de Hemel! UEd.
,, gevoelt toch: zoo iemand moet...”
|
|
| 4 |
 |
“...DE NEEF VAN CURASAO. i1
,, te noemen!.... De onbefchaamde! het was, als
deed hij het er om; dat ging, oin het andere
woord, baas! Ma foil baas!!.... ik ben gen-
,, digneerd.
Niet meer 'dan ik: en sois sr, ma steur /
fprak Jufvrouw Juliette des Heeren Knuppel-
busch, jongde telg, die niet hare zuster Hor-
tense in eene aangrenzende kamer gezeten, het
gefprek, dat tusfehert haren vader en Van der
Stap in het fpreekvertrek plaats had, gedeeltelijk
had afgeluistei-d, en nu ook het geprangde hart
wilde lucht geven. Maar, vervolgde haar Ed.
is dat ook zich exprimeren, vis d vis zulk een
individu'!' Je tai dit cent fois : papa pretendeert
verftand te hebben; maar hij taleert geen grein
ducatle, de man heeft geeri manire de yivre.
4, Hebt gij die bxpressien 'gehoord?... Je le repte,
j, ma steur, waarachtig! papa heeft geene men-
,, fchenkenms; c'est un homme sans fagon, een
man, die zijne familie ridiculiseert. Het cha
t, grineert iemand, aan zulk eenen mensch...”
|
|
| 5 |
 |
“...is DE NEEF VAN CURASAO.
j, r.en wereldtoon. Was dit eene conversatie met
,, dien varensknaap! Zulk eenen vent van alles ex-
plicatie te geven! zich door zulk een tre aller-
lei ionises te laten zeggenDie vlegel!
met zijn baas! 'baas
,, De karei zou een opulent fortuin bezitten,
,, a cc que Pon dit
- J'cn ai oui dire, Puissant richc en weduwe^
naaf....
Comment P Ne pas mari?
En naar men verzekert, opzettelijk gerepa-
trierd om..., raad eens, Juliette! pour
sc choisir une femme hollandaise /
Fi done hollandaise
99
Aan wie ook anders dit grotesk figuur zoude
, gevallen! Oh del! ce monstre mar in!
Eh hien, ma steur! eh bien! Je Favoue,
cs gens sant mal lchs, mais. de bons poux,
traitables....
Oh / adorables !..,, Ma foi! ils ont de la
bonhommie!.., Maar, gij gaat mij telkens in
, den weg (laan, en belet mij in den fpiegel te
zien. Recules done un peu! Mijn garnituur i$
geheel en dsordre,
Vindt gij niet', dat dit bal-kostuum mij. lgant
ftaat...”
|
|
| 6 |
 |
“...4 DE NEEF VAN CURASAO.
in cenen adem': Maar, waar blijft toch de
meid?
Slof, Hof, flof! ging het door den gang.... daar
was de meid al, levensgroot!
Hooft gij dan niet, Jakomijn! hetgeen papa
u beval ? beet Jufvrouw Hortense de dienst-
maagd vrij fpitsvinnig toe.
Gij zijt toch altijd een doof fchepfel, Jako,
,, mijn! voegde Jufvrouw JuLiETTExer in gram-
me woede bij. ,, Wij zullen zelve nog hef
portier moeten openen
Ik had mijr>c pantoffel in den gang verloren,
jonge Jufvrouw fprak de floof., en wilde,
toen zij het rolkoetsje in het oog kreeg, dadelijk
naar het portier ijlen.
Haal eerst de parapluie eens, van achter de
trapdeur van daan! gebood de Heer Knuppel-
busch aan de meid, haar terug wijzende. Ziet
,, gij dan niet, hoe hard het regent?. En de jonge
Jufvrouwen hebben hare dansklecdjes aan! zij
,, kunnen, door zulk een weder, niet over de
floep gaan, of worden druipnat.
De meid gehoorzaamde. De Heer Knuppel-
busch begaf zich voor, aan de...”
|
|
| 7 |
 |
“...DE NEEF VAN CURASAO.
15
,, Naar den Franfchen Tuin, in de Elandftraat!
jongetje! gelastte de Heer Knuppelbusch den
voerman, die juist wilde afftijgen, en hevig in den
baard gromde, dat men hem zag, en toch in dit
weder zoo lang liet wachten.
,, Wat?... Naar den Franfchen Tuin, in de
Elandftraat?... Zijt gij niet wijs?? bulderde
eene ftentorftem den Heer Knuppelbusch van uit
het brommertje tegen; en te gelijk ftak iemand,
met eene vervaarlijk groote batterij-pruik op, het
hoofd buiten het portier, en vervolgde: Wij
,, moeten wel degelijk hier, in. de Kalverftraat
,, zijn; zegge, bij den meester kleermaker en la*
,. kenwinkeljer Christophorus Knuppelbusch,
Maak ons toch, in s Hemels naam, het portier
open!
De Heer Knuppelbusch beefde van fchrik te*
rug. Wie het niet beter wist, zou gezworen heb-
ben dat de levende Medusa heid van uit het
brommertje had toegegrijnsd. Het was nogtans een
zijner oude bekenden, de notaris Baldriaan
Sperwer, door twee getuigen...”
|
|
| 8 |
 |
“...l6 DE NEEF VAN CURASAO.
uit Louviers, welke den Heer Knuppelbuscii ,
dien morgen, van het kantoor der gebroeders L.
en M. Ruijvenaar ter verering was aangeboden,
doch waarop zijn Ed., om redenen hem en den
Heer boekhouder Ossepoot grondig bekend, de
voldoening ter fomme van drie honderd acht en
veertig guldens Nederlandsch geweigerd had.
,, Maak dan, toch het portier open, dat wij uit
den brommert komen! gromde de notaris. Ik
kan immers, in dit wandelend pothuis, geene
akte pasferen.
De Heer Knuppelbusch maakte eindelijk, met
behulp van den voerman, zelf het portier open:
waarna de notaris en getuigen uit het rolkoetsje
flapten en, onder het ftatig gevolg der dienstmaagd,
die als een oud burger-vaandrig het regenfcherm om-
hoog hief, door den Heer des huizes werden naar
binnen geleid. De jonge Jufvrouwen' Knuppel-
busch, die zediglijk in de zijdkamer verfcholen
zaten, lieten, toen zij den Heer Sperwer za-
gen binnen treden, behendig de glasgordijn vallen...”
|
|
| 9 |
 |
“...t8 DE NEEF VAN CEA£AO.
baar ambtenaar, in de uitoefening zijner eerbied*
,, waardige bediening te befpotten, hem over.
luid na te baauwen?.. Ik ben nu finds
dertig jaren aan de praktijk; maar, zoo iets
verregaands, is mij nooit overkomen dat zeg
ik u!. i
Ei lieve! Het is volftrekt niet op UEd. ge*
munt. Zij zijn dddr boven met Mahomet be-
s zig*
Met' Mahomet ?... Mahomet ? ... Knup-
plbusch zijt gij befchonken? of., of wat..
wat fcheelt u?
Het zal misfchien een oude kleerenjood zijn,
tdie z heet, en met wien zij dddr boven ruzie
hebben, merkte een der getuigen, die een
ongemeen fchrander man was, aan.
Mahomet is immers geen Joodfchc naam,
maar van Turkfchc afkomst? hernam de andere,
die zijnen makker geen haar in flimheid wilde toe-
geven.-
Turkfche of Joodfchc/ gromde de Heer Sper-
wer die nu eerst regt warm werd; terwijl hij
den bril reeds van zijnen neus afligtte, en de akte
weder in zijne brieventasch borg.
,, Wij zullen maar weder heen...”
|
|
| 10 |
 |
“... Knpplbusch 4
Wien het niet ns was ingevallen j dat ineii
hem niet Wei bgrepn had*
Heb ik n van ai mijn ievenzeld
t Heer Sperwer een zoo vroom gezigt trek-
kende j ais zag hij eenen Ontvangerder registratie
jn het Water vallen: Wie kon daar ook Op b-
dacht zijn! Moet dat komedie fpelen beteeke-
i, nen!
i, He! wat dacht UEd. dan, dat het anders kon
B 2 zijn?*...”
|
|
| 11 |
 |
“...So DE NEEF VAN CURASAO.
zijn ? hernam de Heer Knuppelbusch met
bevreemding, en voegde er in nen adem bij:
Het doet mij plezier dat UEd. thans mijnen
,, zoon Jojakim gefustififigiceerd ziet; doof zulk
een misverftand zoude men iemand allerlei gek-
heden kunnen aantijgen!
Ha, ha! dan is dat uw zoon, die bij mijnen
,, ambtgenoot Twijnmolen als klerk op het kan
,, toor geweest is?.... Ja, ja! nu her-
,, inner ik mij, wel meer van hem gehoord te
,, hebben: hij was meen ik toenmaals, lid
,, van een liefhebberij tooneel, hetwelk daar er-
gens in de Vinkenbuurt moet te huis behoo-
ren#
Juist! om UEd. te dienen. Maar tegen-
,, woordig ig hij al zoo veel weet Ed. ?
als de opperfte van het gezelfchap, en hij zal
, het nog wel verder brengen. Tusfchen ons, in
,, vertrouwen gezegd! ~~ de groote fchouwburg
moet er onder, als mijn zoon zich denzelvenniet
aantrekt: daar loopt het hard naar toe. Doch
, onze Jojakim heeft gezworen, dat hij geenen
, voet op het...”
|
|
| 12 |
 |
“... regter
tijd de lang verwachte hrommert, die bedeld was ,
om de Jufvrouwen Knuppelbusch naar den Front
fchtn tuin te brengen, alwaar deze avond eene
fchittercnde danspartij zoude plaats hebben. De
be*...”
|
|
| 13 |
 |
“...DE NEEF VAN CURASAO. *3
beminnelijke meisjes grepen om ftrijd naar de fchel.
De dienstmaagd kwam, opende het portier, en
in een oogenblik waren d Jufvrouwen aan den
blik van den Heer Sperwer ontfnapt, en hadden
hare plaatfen in het rolkoetsje ingenomen.
Juist keerde de Heer Knuppelbusch, dien het
gelukt was zijnen zoon tot ftilzwijgen te bewegen,
van boven terug, toen er een vreesfelijk geweld
voor aan de ftraat ontftond en bons!.. een der
grootfte fpiegelglas-ruiten jn de fraaije winkeldeur
werd ingefmeten.
,, Hale hen de duivel! dat zullen ze mij beta-
lenl.... riep de Heer Knuppelbusch, driftig
naar de deur loopende; terwijl de Notaris en ge-
tuigen die mede voor den dag kwamen, hem
nieuwsgierig volgden; en ook de huishoudfter met
de dienstmaagd, op het gerucht, naar voren kwamen
ftuiven.
Een vertederend fchouwfpel!..., Daar lag te
midden der ftraat, omringd door een anderhalf
honderd omftanders, de voerman van het brom-
mertje, hetwelk den Heer Sperwer had...”
|
|
| 14 |
 |
“...*4 DE NEEF VAN CURASAO.
bragt, verzocht, hij mogt, uit hoofde van den
naauwen doortogt, zijn paard en rijdtuig een wei-
nig ter zijde leiden; doch was, toen de andere
zulks onbefchoft weigerde, er met een frisfchen
draf op doorgezet en had, in zijn onbefuisden ren,
den geheelen augurken-winkel het onderst boven
gereden, hetwelk de zuurverkooper thans den voer-
man die door zijne weigering oorzaak van dit
ongeval was, met een duchtig pak Dagen betaald
zette. Van paard en brommertje was geen ipoor
meer te zien. Eenige dozijnen ftraatjongens had-
den zich intu&fchen van beide meester gemaakt;
waren er toen, vrolijk en wel, onder een uitbun-
dig feest-gejuich, mede heen gedraafd; en hadden,
daar niemand den glansrijken optogt tegenhield,
bereids lang de Kalverflraat verlaten. Een erger
noodlot nogtans verbreidde het brommertje, waarin
de Jufvrouwen Knuppelbusch zaten. Het paard,
door den onzachten (chok tegen de augurkjes-kraam,
fchic-htig geworden, was aan het hollen...”
|
|
| 15 |
 |
“...DE NEEF VAN CURASAO. 25
door middel van hijsehtouw en blok, van uit d
diepte te verlosfen, en den overigen toeftel, zoo
goed en kwaad men vermogt, weder op de been
te helpen. Eerst echter had men de Jufvrou-
wen Knuppelbusch met kunst en vliegwerk, uit
het brommertje gehaald, en van fchrik bezweken,
in het naaste wijnhuis gebragt: waar haar Edelens,
door een vijftigtal menfchenvrienden, met jenever
en ftroop tot zich zelven werde gebragt en aan
de maatfchappij teruggegeven.
Oh ciel!.... ma pauvrf garniture!,'' -
Dit waren de eerfte, fmartelijke woorden, met
welke Jufvrouw Hortense, een diepen zucht {la-
kende en de oogen wild in het rond flaande, van
uit hare bezwijming herkwam.
,, C est tout chiffonnt, gdt, derang!...
liet hare zuster, die ook zoo even in dit onder-
maanfche leven was teruggekeerd, na eene benaauw-
de ademhaling, tot antwoord hooren.
Zij leven beide nog als alen! fprak een
koopman in paling en zoutevisch, die menschlie-
vend eene behulpzame...”
|
|
| 16 |
 |
“...26
DE NEEF VAN CURASAO.
de muts naar was, om dezen avond aan danfen *
laat liaan, aan het bal in den Franfchen tuin te-
denken. Zij moesten tot het verfchrikklijk befluit
komen, bal en dansvermaak er voor ditmaal aan te
geven; en zoo verfomfooi.i als zij thans waren, te
voet naar huis ter keeren; hetgeen- dan ook, op
heeter daad, onder het ftatig geleide van een hon-
derdtal jongens werd ten uitvoer gebragt.
Een ander tooneel had intusfchen de kloppartij,
die voor het huis van den Heer Knuppelbusch
voorviel, afgewisfeld. Dddr Hond nadat mep
de vechtenden had gefche-iden, onder eene fchaar
van menfchen, de Heer^ Baldriaan Sperwer,
ten aanhoore der riienigte, eene mannelijke rede te
voeren.
,, Dat komt er van die onzalige nieuwighe-
,,' den! fprak zijn Ed. tot in de ziel bewo-
gen, terwijl tranen des diep gekrenkten gevoels
s mans wangen befproeiden, Van dien tuimel*
geest, die hedendaags tot alle Handen en rangen
van adams nageflacht fchijnt doorgedrongen...”
|
|
| 17 |
 |
“...DE NEEF VAN CURASAO.
s8
zucht er voor meer algemeen is geworden. Wie
,, opgang wil maken, maar het klimmen fchuwt
uit hoofde het kruipen hem gemakkelijker valt,
*/oo gelijk de kwakzalvers en kome in een afgc-
,, fletcn pakje, */ dat uitjleekt, £ /
menigte gelijkt den boeren : zij hecht aan al wat
,, kakelbont isy al was het overigens zoo oud als
,, de weg naar Rome. Verklaren wij ons der*
,, halve tot voorjlanders van een ander nieuw t
dat zegt van het oude! verwijderen wij ons
,, van den weg, die thans jan alleman bewan-
,, delt! Men zal onze ftoutheid bewonderen. Zcld-
zamen, die wij zijn, zullen we, o/ oze zo-
,, derlinghcidy aan floot lijden. Maar tien tegen
int zoo wij niet, op onze beurt, oz* navol-
,, gorr hebben. ..
,, Dat is toch eene vrij duistere taal! Dus-
viel de Heer Knuppelbusch die met wijsgeerige
fcherpzinnigheid .had toegeluisterd, den Notaris in
de rede.
,, Begint gij ook al voor duisterlingen te fchel*
,, den ? hernam de Heer...”
|
|
| 18 |
 |
“...DE NEEF VAN CURASAO. 33
p mijn hoofd ?.. riep de Heef
Knuppelbusch uit Ik die zoo onfchuldig ben ,
,, als....
Hadt gij, mijnheer! niet voor duisterling be-
ginnen te fchelden, voer de notaris Voort t
dan, mijnheer! had een oproer-ademend jan*
,, hagel geene aanleiding gehad, zijnen moedwil bot
te vieren Gij mijnheer! gaaft, door uwe aan*
merking, het fein tot die onbeteugelde uitfpat*
ting, tot die bandenlooze uitgelatenheid, waar*
,, van ik het deerniswaardig flagtoffer was
,, Ik, mijnheer Sperwer ?. Ik ? ene
fraaije klucht! Ik dacht nog al, dat.. >
,, Daar zit hem de knoop! merkte de Heef
ssepoot aan. UEd. moest eigenlijk niet
,, gedacht hebben, mijnheer Knuppelbusch
fprak hij, zich tot den befchuldigde wendende.
Als UEd. onze ftaatsleer beleedt, dan zoudt
Ud., met verlof gezegd, nooit Verder denken ,
dan uw neus lang is; dat is, met andere
,, woorden,al wat niet regtftreks tot uw achting*
,, waardig vak als meester 'kleermaker en lakenwit...”
|
|
| 19 |
 |
“...DE NEEF VAN CURASAO. $5
v, het heeft onberekenbaar veel kwaads gedicht;.
het is het werktuig, waardoor de fatan het den-
$4 ken in de wereld heeft gebragt ; door het lezen
helpt hij den mensch aan het onderzoeken, *
4, aan het beoofdeelen 4 het maken van gevolg*
i, trekkingen enz.; dit ftreeit den hoogmoed van
,, den trotfchen mensch; en- nu gaat de arme aard*
4, Worm zich verbeelden, dat hij al Vrij wat kan,
,, beuzelt Van menfchenwaarde, droomt van vrij*
V heid, van menfchengeluk, en de Hemel weet
,, welk tuig! Zie, mijnheer! ik zeg altijd: pra-.
ten aegt niets; de proef op de fom doet alles
, af; en die wil ik u thans leveren. Ga, bij Voor
beeld, naar de Kaffers, naar Lapland, daar
44 leest geen moederziel: maat hoort men daar
5, ooit Van fCheurmakers, Van ketterijen in het
'1, wijsgeetige of ftaatkundige? Nog meer,mijn-
4, heer! In d middeleeuwen konden alleen d
* geestelijken lezen, en dan Was het nog atmliar-
tig monnikenlatijn: gelukkig tijden toen...”
|
|
| 20 |
 |
“...3<5 DE NEEF VAN CURASAO,
,, onze paters inkwifiteurs, onze auto-da-fs riiet
hebben, beteugelen wij den heilloozen pestvloed
,, niet; halve maatregelen, gelijk zulk eene ellen-
dige boek-cenfuur als zij elders hebben, zijn mij
geen koperen duit waard.
Daar is iemand met eene hoeden- en pruike*
doos! kwam de dienstmaagd zeggen. En
de andere man is ook terug; de fleper ftaat voor*
de deur te wachten.
,, Laat binnen komen! gelastte de Heer
Knuppelbusch.
Hoeden- en pruikedoos werden binnen gebragt.
Weldra had de Heer Sperwer zich het achtbaar
kapfel ordelijk opgezet. Met inachtneming der ver-
eischten, bij de wet voorgefchreven, werd nu de
akte van protest, in welker voorlezing de notaris
was blijven fteken, ter wereld gebragt: waarna de
Heer Sperwer eindelijk affcheid nam, en, daar
het vast hard doorregende, met de flede zijne terug-
reize aanvaardde.
,, Nu kan ik n ding niet opkrijgen, fprak de
Heer Knuppelbusch tot zijnen boekhouder, nadat
de notaris...”
|
|