| 1 |
 |
“... Arnhem met mijne kameraden
eene geruime poos had opgehoden, liet ik mijnen
voerman, zoodra wij de poort achter den rug had-
den er frisch op doorrijden. Het was tegen het
vallen van den avond toen wij Eer tin gen bereikten.
Ik werd zonderling te moede, toen wij, de hoog-
te achter het bosch van Grouthorst opgereden
zijnde, den Bertingfchen kerktoren in het .gezigt
kregen. Aan de laan van; Vredesheim gekomen
zijnde, beval ik. den voerman, dat hij de paarden
Q zacht...”
|
|