| 1 |
 |
“...DE NEEF VAN CURAgAO.
201
Westermarkt. Ik verheug mij in voorraad over
het genoegen, dat u d kennismaking met dit lief,
gulhartig meisje verfchaffen zal; en ik kan mij zoo
levendig voorftellen, welke aangename dagen gij in
den kring van deze beminnenswaardige menfchen
zult flijten.
Van eene briefwisfeling tusfchen ons kan gedu-
rende mijne reis wel niet komen; ik was echter
gaarne van uw wedervaren onderrigt; en om dien-
aangaande uit de onzekerheid geholpen te zijn, ver-
zoek ik u, om dadelijk na uwe aankomst te Am-
fterdam, eenen brief voor mij aan den Rentmeester
op Vredeshdm te zenden; aan wien thans insge-
lijks een brief van mij afgaat, waarin ik hem ver-
zoek, mij uwen bvitpostc restante naar Konftanz
over te maken, alwaar de Heer Hoogbrand in het
begin van Junij denkt aan te komen en eenige da-
gen door te brengen. Zoodra zich weder eene zoo
gunftige gelegenheid als deze aanbiedt, zal ik aan
u en Roosje fchrijven. Wanneer gij mij nu en
dan ecns eenen...”
|
|