Your search within this document for 'mas' resulted in one matching pages.
1

“...DE. NEEF VAN CUR.AQAO* i*£ hn. Hij ziet op; en herkent de Jufvrouw die gisteren in de roef der Utrechtfche fchuit naast de zoogenaamde Officiersweduwe was gezeten; Da- delijk is de kennis op nieuw aangeknoopt. Ha! oude reisgezellin, heb ik u dddr ? dus fpreekt onze Jan znder omflagy de Jufvrouw aan* Hoe vaart gij al, federt gisteren ? s, Zeer wel, om Mijnheer te dienen. Ho 9, vaart UEd. ? hervat de Jufvrouw, eenigzins Verlegen over den toon en wijze, op Welke zij doof den vreemden Heer, in tegenwoordigheid der reis*' genooten, wordt aangefproken. Gaat gij ook een uitflapje naar Deventer ma- S ken; of raken wij u onderweg kwijt ? 33 Neen 3 Mijnheer! ik reis tot Deventer y alwaar ik woonachtig ben. ,3 Zoo I wont gij te Deventer? Dan zult 33 gij waarfchijnlijk mijne nicht wel kennen ?' Zij ,3 plagt, jaren geleden, aan de markt nabij de 3, Brinkpoort te wonen.... H MaS ik vragen, Mijnheer! hoe heet de J,uf- 33 vrouw? Barta van Ponten; Zij plagt ef warmp...”