| 1 |
 |
“..., maar gij moet weten, hernam Kapitein
van der Stap, ,, ik kruis thans onder vreemde
vlag; want anders is er geene aardigheid aan,
wanneer ik bij mijne familie kom. Vat gij?
Ha! zoo. UEd. wilt dus waarfchijnlijk de
r familie eens verrasfen? Nu! dit is nog al
een$ aardig.
Verrasfen ?.,. Neen ik wilde ze eigenlijk
op den proef Hellen. Men moet niet beter weten
U pf peef komt daar aan als een arme duivel, van
99 Wien...”
|
|