| 1 |
 |
“...DE NEEF VAN CURASAO. 37
y, maatfchappij, dat onberekenbaar veel kwaads
kan (lichten. ,, Dit fluit immers als eene
bus?...
,, ilk laat mij in de lappekist kuipen: zwoer de
Heer Knuppelbusch als ik begrijp hoe dit in
,, malkander hangt 1
Dat is een flukje uit de Logica, mon che'r
papal onderrigtte de Heer Jojakim zijnen
vader,
Ja 1 al was het er een uit China, hernam de
oude Heer. Mij is het Hbreeuwsch.
Met uwe geleerdheid moet gij mij niet aanko-
menfprak Jufvrouw Gronne tot den Heer
Ossepoot. lk redeneer naar mijn natuurlijk ver-
,, ftand. Druk u verftaanbaar uit, zoodat gij
,, niet boven de gewone, menfeheljjke bevatting
A> gaat 1
Dat zeg ik ook! fprak de Heer Knup-
pelbusch. Wij moeten voet bij iluk hou-
den. Ik heb toch anders mijn gezond oordeel
,, ook....
Daar holt gij weder heen!' hernam de Heer
Ossepoot. Er komt hier geen oordeel, geen
verftand te pas: dit bezit een boer ook. Gij moet
niet redeneren; gij moet aannemen, vasthouden...”
|
|
| 2 |
 |
“...50 DE NEEF VAN CURASAO.
dc trouw van anderen had zij aanmerkelijke verlie-
zen in haar vermogen geleden, zoo dat zij ten
laattle' eene plaats van huishoudder- had moeten
^oskeni, in welke betrekking zij hier thans ergens
-woonachtig is. Wij hadden - gelijk gij begrijpt
-elkander veel te verhalen; dus wandelde ik een ge-
hel eind Wegs, alprafende, met haar voort. Ik
Tprak haar van u; zij. hoorde met eenige bevreem-
ding, dat gij van Bcrtingen waart vertrokken en
thans te Zevenaar wondet. Dit leidde ons ge-
fprek op .andere oude 'kennisfen, Zij vroeg mij
.naar Hen-rtctta Dalman. Gij herinnert u,
dat als wij uwe tante te Gr authorst gingen bezoe-
-ken, HenriBtta en eene: der dochters van den
Schout ons gewoonlijk vergezelden. Bij deze gele-
.genheid'had Jufvrouw Gronne eenige Bertingiche
meisjes; leeren kennen en onder deze plagt zij in-
zonderheid veel van HenriStta Dalman te hou-
den, die ook gaarne in haar gezelfchap was eg
daarom vaak met ons mede ging, als-wij...”
|
|