| 1 |
 |
“...DE NEEF VAN CURASAO. 183
hoor fpreken. Ach, de Hemel weet het, ik zou.
alles nog met geduld-' verdragen; maar dit is: het
bitterst hartzeer, hetwelk de booze vrouw mij be-
rokkent. Zij plagt mijnen vader een zeer vijandig
hart toe te dragen, omdat deze waarlijk godvruchtige
en edele man haar dikwerf het verkeerde van haar
gedrag en van hare denkwijze onder het oog bragt en
tot meer christelijke gezindheden aanfpoorde; mijne
moeder haatte zij, dewijl die brave, gemoedelijke.
vrouw, nooit in haar liefdeloos veroordeelen van
anderen inftemde. Zoo heet het dan eens, dat mij-
ne ouders fpaarzamer hadden moeten leven; dat,
zij hun vermogen, door eene grootfche en verkwis-
tende leefwijze hebben doorgebragt ; dat J.s Hemels
vloek den gddeloozen treft en hoogmoed voor den
val komt; dan weder noemt zij... Maar neen.1.,,
ik kan de uitdrukkingen niet herhalen, met welke
zij mijn braven grijzen vader en mijne lieve, dier-
bare moeder in hun graf befchimpt en hoont....
01 mijn...”
|
|