| 1 |
 |
“...a96 )E NEEF VAN CURASAO,
y, het kwade, dat gij mij gedaan hebt; en ik
wepsph, dat treffen wij elkander ooit weder
aan gij zult hebben leeren inzien, dat gij mij
ten uiterfte kwalijk hebt behandeld. Het zoude
mij, die nog een jong meisje ben, in een ander
y, geval misfchien niet voegen, u, die mijne tante
en daarenboven reeds op uwe j&ren zijt, verma-
,, ningen te geven; maar juist de gedachte, dat
gij reeds een zoo gevorderden leeftijd hebt be-
reikt en uw leven ongemerkt grafwaarts fpoedt,
h beweegt mijn hart tot innig medelijden met u en
m tot vergevensgezindheid, ja, doet mij den op-
m regten weusch koesteren, dat mijne tante nog
eenmaal tot betere inzigten moge komen,
niet meer hare evenmenfchen zoo hard moge be-
handelen, en niet langer den beminnelijkileq
en reinften godsdienst tot een voorwerp van-?
filter waren cenigc regelen fchrifts, met het aft
gefcheurd gedeelte van den brief verloren gegaan.)
Zoodra ik eene beftemming zal
bekomen...”
|
|