| 1 |
 |
“...DE NEEF VAN CURASAO. 8t
, Gij waart er dus waarfchijnlijk voor de eerfte
maal? Ik dacht ook al: hoe komt de lieve Juf-
99 vrouw Gronne hier verzeild!
r>
y>
r>
99
99
99
99
99
99
99
99
99
99
99
99
99
99
99
99
99
99
99
99
99
99
UEd. gelieve te weten, de zoon en de boek-
houder van den Heer Knuppelbusch bij wien ik
nds eenige maanden als huishoudfter woon',
hielden niet op, of ik mogt toch het tooneelge-
zelfchap, waarvan zij leden zijn, komen bezoe-
ken. Ik liet mij overhalen, en woonde dezen
avond eene vertooning bij.
Wat hoor ik daar?. .. Jufvrouw Gronne,
de weduwe van onzen Eldert dient als huis-
houdfter? Wel verbruid] lieve mensch, tnoet
gij dus tobben in de wereld! Het dot mij
in mijne ziel leed. Ik dacht altijd, onze El-
dert zou nog al gezorgd hebben, teg'en eene
kwade reis ?...
Ja, Heer Kapitein! mijn lieve man had ook
wel getrouw voor zijne vrouw gezorgd; UEd.
weet, hij hield niet van het over boord te
gooijen, maar was...”
|
|
| 2 |
 |
“...DE NEEF VAN CURASAO.
*37
matige rente van ..vijfentwintig ten honderd; doch
haar fijn gevoel van onderfcheid wist ftraten voor
ftegen te kennen: wie een pand had aan te bieden,
dat het dubbelde der waarde bedroeg, dien borgde
zij altijd tot eene mindere rente. Zoo wist zij
voorzigtigheid aan ontferming, beleid aan barm-
hartigheid te paren! Doch wat op hare ftil-
le deugd het zegel der echtheid drukte,
zij oefende die in het verborgene. Het is
waar, wereldfche menfchen gaven haar na ,
dat zij door te groote ruchtbaarheid vreesde met
mijne Heeren van den geregte der voormalige
vrije rijksflad Deventer in onaangenaamheden te
zullen komen, dewijl zij in het geheim eene bank van
leening ophield en verboden woeker nam. Doch Juf-
vrouw van Punten liet de booze wereld woeden: zij
had deze, finds dezelve haar verliet, eens voor altijd
vaarwel gezegd; en beide waren derhalve van el-
kanderen af. Ziedaar voorloopig eenig narigt
yan des Kapiteins nicht! Nu weten wij...”
|
|
| 3 |
 |
“...*76 DE NEEF VAN CURASAO.
Zoo, Mijnheer! dat kan wel zijn. Eigenlijk
zoude ik bij de jonge Jufvrouw logeren.
Zoo te zamen koutende, geraakten wij allengs
dieper en hartelijker in gefprek gewikkeld. De lie-
ve Jufvrouw Dalman fchonk mij haar ganfche
vertrouwen; en verhaalde mij het een en ander van
hare lotgevallen; dat ik u, die haar vriend zijt,
zonder het mij gefchonken vertrouwen te fchenden,
gerustelijk kan mededeelen. Zij was vernam ik
in den loop van haar verhaal anderhalf jaar bij
eene behuwd tante te Deventer in huis geweest,
die haar, na den dood van hare ouders, onder al-
lerlei fchoone beloften zoo lang had aangezocht,
tot zij eindelijk te Deventer was gekomen. Bij de-
ze tante, eene fchraapzuchtige en boosaardige
vrouw, naar ik uit Jufvrouw Dalmans Verhaal kon
opmaken, had zij "het boven alle befchrijving el-
lendig gehad; had er honger, dorst en.koude ge-
leden; en bij het bittere genot van genadebrood
nog den grievendften fmaad moeten verduren...”
|
|