Your search within this document for 'domi' resulted in one matching pages.
1

“... zoo iets'.... Maar gij zoudt'mij zggen, waar.... ' ' Waar ziJ uithangt, meent gij? Op mijne eer! dat raadt gij nooit. Het vrome kind is bij eene allerlieffte tante verzeild geraakt. Verd.... * wie had het van het dochtertje van onzen Domi- n kunnen droomen! Zoudt gij wel gelooven , dat Jufvrouw Henritta zich hier in de leer bevindt bij Mevrouw Palonnier, van wie Ka- pi-...”