| 1 |
 |
“...t*t DE NEEF VAN CURAQAO,
* Kan men dit beter doen, dan door hetzelve, dief
teedere oplettendheid te bewijzen, waarop het
,yzoo regttnatige aanfpraak heeft? Mevrouw
hield ons voor lieden van opvoeding en een wel-
geftemd gevoel: dit blijkt, dewijl zij vertrou*
i, Wen genoeg in onze bescheidenheid delde, om
ons het verhaal hareir ongelukken mede te deelen.
n Doch de pligt der menschlievendhid wil, dat
n Wij jegens ongelukkigen niet'ilcchts befcheiden,
maarJ ook hulpvaardig zijn* Het is een fchoone
pligt het ongeluk te lenigen, den rampfpoed
zijner mcdemenfchen te verzachten. Ik bedank
Mevrouw, voor de mededeeling van hare gefchie*
denis -die ons' thans in de gelegenheid delt den
bedoelden pligt op eene kiefche wijze te vervul*
len. Ik wensch, dat zij zich niet beleedigd mo*
ge vinden, wanneer ik, op het gevoelig hart
mijner reisgenoten rekenende, hen befcheiden
vorftel, om der menschlievendheid, een offer te
brengen, Ik houd mij verzekerd, mijne Hee...”
|
|
| 2 |
 |
“...BE NEEF VAN CURASAO. 19j
gefproken, en mij verhaald hoe UEd. hare eenigfte
en beste vriendin waart, met wie zij te Bcrtingen
zijnde, het liefst en aangenaamst plagt om te gaan.
Dit deed mij toen reeds het verlangen opvatten, u
nader te leeren kennen; gelijk ik dan ook nog
eens, zoo als u bekend zal zijn, met Betje bij
wijlen Mijnheer en Mejufvrouw uwe waardige ou-
ders een bezoek heb afgelegd, in de hoop u al3
toen te zullen ontmoeten; welk genoegen mij ech-
ter niet te beurt viel, alzoo UEd. dien eigen dag,
voor eenigen tijd, naar elders waart vertrokken.
Ik kan u niet zeggen, lieve Jufvrouw en vrien-
din! met hoe veel aandoening ik, gelijk ook mijne
ouders, den brief van mijn vriendin Betje om-
trent uw treurig wedervaren bij uwe onwaardige
tante, gelezen hebben. Ons Betje heeft wel ge-
daan dat zij zich, ten uwen gevalle, maar dade-
lijk tot mij gewend heeft; en daar zij mij toch
fchrijft, dat zulks met uw onderling overleg ge-
fchied is, bedank ik u voor het...”
|
|