Your search within this document for 'be' resulted in 94 matching pages.
 
1

“...4 DE NEEP VAN CURASAO. een vrolijk Pukje zijn, feldrement! waarbij men zijn hart eens kan ophalen met lagchen: weet gij, baas, zoo als ze in onze jeugd fpeelden, Krelis Louwen, Don Quichot op de Bruiloft van Kamacho, en dan had men nog: de Wiskunjle- naars, de Bedrogen Officier, en meer zulke grappige Pukken; die deden een mensch den le- ver nog eens fchudden. f Ei lieve! dat komt kostelijk. Zij zullen mor- gen avond den Neef van Guadeloupe geven: dit zou dan juist een kolfje naar uwe hand zijn: want ik hoorde mijn zoon zeggen, dat het en blijfpel was. UEd. hebt derhalve maar te be- fchikken, er zijn lootjes tot uwen dienst. Wel baas, dat aanbod is vriendelijk. Maar, kom aan! daar gij zoo goed wilt zijn, zal ik er gulweg gebruik van maken. UEd. zult toch waarfchijnlijk, een paar vrien- den willen medenemen? Ik vraag dit, om te we- ten, hoe veel lootjes UEd. verlangt te heb- ben. Sakkerloot! baas, dat is nu al te beleefd. 4. Eene...”
2

“... gepa- renieerd te zijn; het is toch al fpoedig: Ehlest ce Monsieur vtre pre, Mademoiselle ,, Dat is het, wat ook mij dikwijls embarras- seert. Heet dat zich maintineren / welk eene ,, contenance! Ik heb mij het hart vast gehouden, zoo bevreesd was ik, dat er een fatfoenlijk be- kende op inkwame. Oh- ciel!1.... verbeeld us ,, J'Upperfus un uniforme: deze nadert de floep!... ,, ik denk aan Dormeuil !..,. Je fremis, Jen rou- ,, gis!.., Vraiment! je lavouc, papa kent gee- nen...”
3

“...t8 DE NEEF VAN CEA£AO. baar ambtenaar, in de uitoefening zijner eerbied* ,, waardige bediening te befpotten, hem over. luid na te baauwen?.. Ik ben nu finds dertig jaren aan de praktijk; maar, zoo iets verregaands, is mij nooit overkomen dat zeg ik u!. i Ei lieve! Het is volftrekt niet op UEd. ge* munt. Zij zijn dddr boven met Mahomet be- s zig* Met' Mahomet ?... Mahomet ? ... Knup- plbusch zijt gij befchonken? of., of wat.. wat fcheelt u? Het zal misfchien een oude kleerenjood zijn, tdie z heet, en met wien zij dddr boven ruzie hebben, merkte een der getuigen, die een ongemeen fchrander man was, aan. Mahomet is immers geen Joodfchc naam, maar van Turkfchc afkomst? hernam de andere, die zijnen makker geen haar in flimheid wilde toe- geven.- Turkfche of Joodfchc/ gromde de Heer Sper- wer die nu eerst regt warm werd; terwijl hij den bril reeds van zijnen neus afligtte, en de akte weder in zijne brieventasch borg. ,, Wij zullen maar weder heen...”
4

“...DE NEEF VAN CURASAO, s voor te lezen, Doch* roep uwen zn toe, ,, dat hij een oogenblik ophoude! want zal ik be* ginnen te lezen, dan dient men mij te kunnen verdaan s dit is ingevolge de wet. Jojakim riep de Heer Knuppelbusch naar boven. Wees daar toch een weinig ftil, jonge-* ,, lief { Hier wordt iets voorgelezen i ,, Houd op barbaar I met mijn* bedroefden geest te drukken, ,, Gij hebt mij opgevoed, Voor s werelds ongelukken! bekwam men, van boven, tot antwoord, ,, Hoort gij wel ? fprak de Heer Sperwer, * ,, Wie van ons tween zal hier zwijgen ,, Als de jongen zoo een oogenhlik van geest- ,, drift heeft, dan is de fpanning gewoonlijk te hoog om er hem zoo op eenmaal te doen , uitfcheiden, r- Doch,,,, ik zal zelf eens naar boven gaan, ***- Met nw verlof, mijne ,, Heeren Terwijl de Heer Knuppelbusch ?ich naar bo* ven begaf, en de Notaris intusfchen, tot verpoot ?ipg, zjjn een en twintigden kop thee aanfprak en nog eene verfche pijp dopte, verfcheen te...”
5

“...DE NEEF VAN CURASAO. 33 p mijn hoofd ?.. riep de Heef Knuppelbusch uit Ik die zoo onfchuldig ben , ,, als.... Hadt gij, mijnheer! niet voor duisterling be- ginnen te fchelden, voer de notaris Voort t dan, mijnheer! had een oproer-ademend jan* ,, hagel geene aanleiding gehad, zijnen moedwil bot te vieren Gij mijnheer! gaaft, door uwe aan* merking, het fein tot die onbeteugelde uitfpat* ting, tot die bandenlooze uitgelatenheid, waar* ,, van ik het deerniswaardig flagtoffer was ,, Ik, mijnheer Sperwer ?. Ik ? ene fraaije klucht! Ik dacht nog al, dat.. > ,, Daar zit hem de knoop! merkte de Heef ssepoot aan. UEd. moest eigenlijk niet ,, gedacht hebben, mijnheer Knuppelbusch fprak hij, zich tot den befchuldigde wendende. Als UEd. onze ftaatsleer beleedt, dan zoudt Ud., met verlof gezegd, nooit Verder denken , dan uw neus lang is; dat is, met andere ,, woorden,al wat niet regtftreks tot uw achting* ,, waardig vak als meester 'kleermaker en lakenwit...”
6

“... het midden bren* ge! Hetgeen mijnheer Ossepoot daar voorom- 55 derftelt, is menschkundig nmogelijk. Het fpreek?- woord zegt toch: veel hoofden veel zinnen. Nu bevestigt de ondervinding, dat elk mensch zijne eigene wijze van .zien heeft: wie bewijst; ons derhalve, dat de Heer Ossepoot en de zijnen ,, uitfluitend wel zien beter, zien dan ande* M-ren? . * pa M Be*...”
7

“...4* DE NEEF VAN CURASAO. i, Het eene vloeit immers uit het andere voort? Wie met ons eenftemmig denkt - let wel! verfchilt daarom van ons niet, dewijl hij zich ,, wel wacht dit te betwijfelen, En wie van ons durft: verfchillen, durft ook deze vraag doen, en ,, huldigt onze onfeilbaarheid niet; die is een Ub.e- ,, raai^ een confiitutioneel, dien geven wij aan den duivel en zijne engelen over! Wat helieft ,, UEd. mijnheer Knuppelbusch ? ... ,, Dat is zekerlijk ilout gefproken! antwoord- de zijn Ed., dien het vuur na aan de fchenen be- gon te leggen. Hoe is het nu mogelijk, fprak Jufvrouw Gronne ,, dat iemand zich zelven zoo on gelijk kan worden! Wat bedoelt gij daarmede ? vroeg de Heer Ossepoot in het volle genot zijner zegepraal. ,, Jufvrouw Gronne fpreekt van inconsequent zijn, merkte de Heer Jojakim ophelderend aan. ,, Wat ik bedoel? hernam de Jufvrouw, Dat gij, die te voren altijd den mond vol hadt van verlichting, van vrijheid en...”
8

“...PE NEEF VAN CURASAO, 4$ zeer gematigde beginfelen, als een vijand van onverdraagzaamheid en zucht tot vervolging, als een vriend van billijkheid, een groot voorftander van wetenfchappelijke verlichting en zedelijke be- ft fchaving: kon ik hem mijne veronachtzaming fij- ner betaald zetten, dan door mij tot zijnen regt- ftandigen tegenvoeter te verklaren? wat belieft UEd. ?,.. Tusfchen twee haakjes, mijnheer Ossepoot Indien hij nu eens onverwacht, bij voorbeeld, heden of morgen u verraste en aan zijne belofte r voldeed? Top! dat hij zijn woord houde: dan maak ik glosfen op den aanhang, welken ik thans voorfta. Zoo ? fprak de Heer Knuppelbusch eene nieuwe prop op den vuurpijl (lekende. Dat is toch alles, behalve regt door zee te gaan., / Enfin, mijnheer 1 hernam de boekhouder., die, thans aan lager wal zittende, een laatfte'zeil bijfpande, om weder in het ruime fop te komen, Doch.,., daar van zee gefprken: hebt gij dien varensman al bij u gehad...”
9

“...50 DE NEEF VAN 'CURASAO. geheele takelaadj in zulk eene vervloekte draai- ,, kolk vrzeild! En dan willen ze hedendaags ,, zeggn-, dat s menfchen hart nog al zoo kwaad niet is, en de wijze^Koning Salomo daarin ette- lijke mijlen van de koers af is!... Ja, wel bekome het hun! dat heb ik daar weder anders ondervonden. Een glukkig man, wie de mousfon te boven is-, het liev vaderland t>e- reikt en den bodem behouden, binnen gaats heeft! Ten allen geluk had onze trouw- hartige .Jan nog al nooit zoo erge fchipbreuk be* loopen, of hij had er het hachtj afgebragt, en daarmede zijn geloof aan goede trouw en eerlijkheid van het wrak gered; de geledene -fchad aan tuig en want, werd door den kordatn zeerob fpoedig vergeten; en dan was ook de kwade muts, welke hij den menfchen een oogenblik toedroeg, even fpoedig afgezet: want lang te wrokken daar was s mans inborst niet naar gefteld. Men hebbe evenwel uit dit geftelde niet af te leiden, dat Jan van der Stap zulk...”
10

“...54 DE NEEF VAN CURASAO. wapenen en krijgsbehoeften voorzag, werd tegen baren gelde of Engelsch bankpapier afgeleverd. Nu kon Kapitein van der Stap zeggen, dat hij zoo tamelijk zijne fchaapjes op droog begon te krijgen. Zoo dacht hij er zelf ook over. Hij had het ver gebragt, inderdaad f Zijne ouders waren eenvoudige burgerlieden geweest; zijn vader plagt te Amfkrdam, in een klein huisje op het eiland Kattenburg te wonen; en werkte als fcheepstitn- merman, op de werf der kompagne, waarmede hij tien guldens sweeks verdiende; er kon dus voor den zoon geene zeer fchittercnde opvoeding op overfchieten, Toen de dertienjarige Jan vlug lezen en fchrijven kon en tamelijk uit artjes be- gon te cijferen, diende er een beroep voor den jongen gekozen; hij was een Berke, gezonde kne- vel : er kon een knappe zeebonk uit groeijen, en Zijn hart ging toch open, als er van de vaart werd gefproken. Naast zijne ouders woonde een buur- man daar Jan in de winter avonden, dikwijls kwam...”
11

“..., dat telkens een dagje ouder begon te worden, tot de groote afreize zeil- vaardig maken kon, Eene gebeurtenis die Kapitein van der Stap ongemeen diep trof, bragt dit voornemen fpoediger tot rijpheid, dan het er anders toe zou gekomen zijn. De dood ontrukte hem zijne lieve huis- vrouw finds drie en twintig jaren de getrouwe ge- zellin zijns levens; zij was haren man, van Nieuw-* ork naar Curasao gevolgd, en tegen den invloed der luchtftreek van dat eiland misfehien min be- D 4 ftand,...”
12

“...64 bE NEEF VAN CURASAO. De fleper gehoorzaamde. Al zijn dagen! Weldra Vernam men, dat er dezen avond, in den fchouwburg gene vertoning wrd gegveri. Of Jufvrouw ProuWlman hoog of laag fprong: Zij moest met hare zuster tot het befluit komen, om langs denzelfden weg naar huis terug te keeren. Dat is weder een grapje van onzen Ba- rend fprak hare zuster, grimlagchende. Mijn man mag met zulke grappen wel te huis i, blijven! hernam des fturmans vrouw, vrij gemelijk. lk heb oVer de Zeuwfche 'rijksdaal- der, alleen bij dien kokebakker iiitgegeven. Zeide ik het niet, Jufvrouw! dat ze bij de j, hand moeten zijn, di mij voor het lapje wil- len houden? fprak de fleper, om wendende. Hij legde de zweep er Over; en draafde er eens bakker op doof. De kekebakker bevond zich juist in zijn voor- huis, toen de flede, die nu weder haren ouden flakkengang ging, in de terugker zijne deur voor- bij toog. Ziet gij wel, mijnheer 1 zeide hem de win- keldochter: dat die goede...”
13

“...8 DE NEEF VAN CURASAO. Wel ja! ik bedoel die hokken daar langs den wand. Van binnen fchijnen ze met fitspapier be- n plakt te zijn: doch aan het merk, dat buiten op de planken is blijven liaan, zie ik duidelijk * dat er voorheen citroenen, of Curacaofche appelen in verzonden zijn. Zal hik gezond zijn! dat zijn de Ihoosjcs hen * het hamfithejather - de heerlle plaatfen whaar de Heeren befthierderen mit de fornaahmlle bin- * thekenarren zitten. v Als mij die hokken, met eene frisfche wind- ftreek, maar niet hier in het vooronder komen fmakken! fprak van der Stap; en vroeg toen aan zijnen vriend: Ei lieve, Barend! wat Haat daar- op dat gefchilderde vloerzeil te lezen? Vloerzeil?... Waar ? Ja! of fcherm: hoe heet het ding, dat daar uitgefpannen hangt? Mijnheer bedoelt eigenlijk de tooneelgordijn, Fprak iemand, die het woord opvatte. Er Haat dit vierregelig versje op: Deze achtbre tempel zij der kunstmin toegewijd! Hier huldigt men de deugd; hier...”
14

“... Oude winkelkast vervangt de geopende fe- .cretaire, voor welke Dortigni, bij den aan vang des tooneels moet zitten. Een ongemeen verdieri- llelijk turfdrager vervult de rol van Dortigni. Me- vrouw Dortigni wordt door eene koopvrouw in maalden, de echtgenoote van eenen lantarenopfte- (ker en de Vanglenne, door den eerften be- diende eens tapijttiitkloppers daargefteld. De Heer Ossepoot treedt in het karakter van Mulfon op, .Voorftelling van tooneel en kleeding der fpelers - fmelt...”
15

“...DE NEF VAN CURASAO. ?? What zu het zijn, Menheer von Meseritz ! bntvangt zijn Ed. tot antwoord. Het lhekt hier begot, dhat het regenwather hiemand hin de klheren drhoomt; de menfchen whorden zoo nhat as de khatten !** Het begint ook hier te lekken! roept eene dem. Hier fchijnt het met emmers te gelijk van bo- ven te komen! luidt het berigt van eene andere zijde. Zet her dan photten bonder, om t whater hop te fangen! gelast de voorzittende beduur- der. Ja wel, Mijnheer von Meseritz gij moogt nog wel met potten aankomen. Het baat niet! de fchroomelijke lekkaadje neemt hand over hand toe: er is geen doppen aan. Het raadzaamst is maar, dat de toefchouwers een weinig van plaats veranderen, ten einde zich voor den indroomenden regen te beveiligen. Na eenige verpoozing neemt het derde of laatde bedrijf eenen aanvang. Bravo, bravo! z mag ik het hebben!roept Kapitein van der Stap bij eiken trek, waarmede Vanglenne, in de laatde tooneelen des derden be...”
16

“...?a DE NEEF VAN CURASAO. naderhand van eene zeer flechte zijde leerde kennen, mij eene fom van vijfduizend guldens ontleend; de deugniet ging er mede door en be- gaf zich daarna in den krijgsdienst. Kortom, er volgde tegenfpoed op tegenfpoed, het eene verlies voegde zich bij het andere; en ik, om mij aan geene verdere verliezen bloot te ftellen, befloot naar eene gefchikte gelegenheid te zoe- ken, om ergens, in een burgerlijk huisgezin het opzigt der huishouding waar te npmpn- Wpldra w deed er zich eene dergelijke beftemming op. De Heer Knuppelbusch weduwenaar geyvorden zijnde, en twee dochters hebbende, die zich weinig met de huishouding bemoeiden, zocht mij, tot het waarnemen van dien post bij hpm, , aan; en ik ging onder billijke voorwaarden daar- toe over. M Maar kondt gij dan ook geene betere getegen- heid vinden ? In welk eenen zin meent UEd. dat ?... voor- deeliger ? ... aanzienlijker .. Hoor, Jufvrouw! gij kent mij; met achter- klap of oude...”
17

“...'84 'DE NEEF VAN CURASAO. tjbg','die aanleiding tot hunne hernieuwde kennis- making gaf; beveelt zich wel nadrukkelijk in de voortduring harer vriendfchap; en begeeft zich, na haar ten minfte tienmalen eene aangename nacht- rust te hebben toegewenscht, op weg naar de woning zijns vriends, alwaar hij weldsa, doch met de zeldzaamfte gewaarwordingen, is aangekomen. Ten huize van Prouwelman zit men den Kapi- tein met het avond-eten te wachten. Welaan! zegt de Stuurman tot zijne vrouw en zuster, terwijl zij zich gezamelijk aan tafel be- geven. Verhaalt nu eens van uw vergeeflchen ,, fledetogt naar het Leidfche plein! dan kan ook * de Kapitein hooren, hoe gij beide dezen avond in den malmolen zijt geweest. Dat heeft Prouwelman aan geenen dooven ge- zegd. Zijne vrouw en hare zuster beginnen, als om ftrijd, te vertellen. De oude Stuurman fchudt zich eens regt de lever, om haar kluchtig weder- varen. Kapitein van der Stap echter neemt geen deel aan het gefprek; hij zit...”
18

“...9s. DE NEEF VAN CURAQAO finds ik er met het varen ben uitgefcheiden en .,, meer onder allerlei foort van menfchen heb ver- keerd. In den beginne twijfelde ik zelf fom- .,, tijds, of ik de zaak wel aan het regte eind had; zij kreten mij voor een lompert, voor een on- befchaafd, onhandelbaar mensch uit; bij fommi- gen heette het zelfs, dat ik een gevaarlijk voor- ,, werp was.... Ik, Barend Prouwelman , een gevaarlijk voorwerp!... hoe vindt gij het, Jan ? Maar de duivel hale die zoogenaamde befchaving en handelbaarheid het kwam daarvan ,, daan, dat ik dengenen, die mij bij den neus zocht te leiden, ongepoetst de waarheid zeide of deed gevoelen: de zoogenoemde befch^afdheid integendeel brengt mede, dat men elkander, fijn en gevoelig, doch met de grootst mogelijke be- ,, leefdheid, zijne trekken betaald zet: dat gaat alles op de vreedzaamfte, vriendelijkfte wijze ,, toe. Maar had ik den fatan niet van zulk eene ,, vervloekte valschaardigheid! Foei dacht...”
19

“...xoo DE NEEF VAN CURASAO. ,, vermaak doen. En het is voor uwe gezond- ,, ,, heid zeer voordeelig; de frisfche lucht zal u goed doen. ,, Ik liet mij door Griet bepraten; ook de dok- ,, ter ried het mij aan; dus nam ik voor, er maar onverwachts op los te gaan; neef kwam bij ons toch ook altijd ongevraagd, ongewei- gerd; derhalve begreep ik, dat ik niet onwel- ,, kom zoude zijn, offchoon ik dus ongenoodigd ,, daar aankwame. Zoo gezegd zoo gedaan! ik begaf mij dan ,, van hufs en zat weldra bij neef Haalwijk bin- nengaats. Ik had gedacht, er gul en wel te ,, zullen worden ;ontvangen. Maar, ik had pas eenen voet ten huize in gezet, toen ik al be- fpeurde hoe laat het was: neef en nicht trokken ,, gezigten, zoo liefelijk als gefchutpoortcn; het fpeet hen geweldig heette het dat ik nu juist kwam, want het was zulk een ongelegen tijd: men wist niet wat men iemand al zoude voorzetten; peulvruchten en verfche groenten waren er thans niet; het was reeds zoo...”
20

“...BE NEEF VAN.CURACAO. *03 -r ,, Dat heb ik niemand anders te danken., dan r hoorde, ik mijne kostelijke nicht,, op een vrij Fcheppen toon, tot haren 'man zegf gen. ,, Gij hebt dert karei dat was ik, Jan -moet; gij, weten,. .aangehaald; .gij ,, hebt, hem, niet eens 'maar 5 wel honderdmaal 5> genoodigd hem zelfs gedwongen dat hij komen moest.' Dit beeft hij zelf in .uwe tegenwoordigheid verklaard. .,, Dat heb ik voor de-leus gedaan, gekkin! hernam de neef. i Had ik kunnen weten, ,, dat de vent komen zoude.. Ut moest het im- ,, ,, mers welllaaiulshal ve dde.n. . ,, ,, Ei wat, met uw welftaandshalve! ,Gij 5 55 met iziilk ; vlk maar manhalen dan zit gij 55 55 er mede opgefcheept. Daar hebt gij nu uw *5 lieven nesf r Prowelma n zie gij nu ook hoe hij te eten krijge. Alls is ,hier even 5, iduur! .n: zulk een dikke, zwaarlijvige karei .gaaf vr:drie man in den middagpot. . :55 55 Gij' maakt, reene -verkeerde rekening^ Jan.- ,, nigje Wees niet bevreesd...”