| 1 |
 |
“... Rhijn getiteld
Nieuw Nederland bevatten niets hierover. In het acht-
ste hoofdstuk De Economische Politiek komt de heer P.
Rijkens, Directeur van de Unilever, niet verder dan de pro-
paganda voor productie en economische prestaties zoowel
van Nederland als van de Overzeesche Gebiedsdeelen p. 205,
terwijl Mr. N.S. Blom een 35-tal bladzijden wijdt aan de
Staatkundige verhoudingen.
De Regeering heeft bij mijn weten zich nimmer uitge-
laten over een nieuwe economische politiek ten opzichte van
de Overzeesche Staatsdeelen.
Nu zult U mij vragen, of ook de Minister van Kolonin
zich niet over dit belangrijk punt heeft uitgelaten. Ik kan
mij slechts n geval herinneren, dat de Minister van Kolo-
nin zich uitvoerig over de Nederlandsche Koloniale Econo-
mische politiek uitgelaten heeft en wel op verzoek van de
Royal African Society op 5 juli 1943. Deze rede houdt ech-
ter niets nieuws in. Zij houdt in enkele ideen van de nieuwe
Engelsche politiek en enkele critische opmerkingen op...”
|
|
| 2 |
 |
“... sprake van een nationale meening in deze be-
langrijke zaak in Nederland. Het kan ook moeilijk anders.
Ik geloof, Mijnheer de Voorzitter, dat vr wij uit het
vorenstaande enkele voorzichtige conclusies trekken, het nut-
tig kan zijn ook na te gaan hoe de Nederlanders buiten bezet
gebied gereageerd hebben op de gedachten van een nieuwe
constructie van het Koninkrijk, vooral lijkt mij dit nuttig,
omdat verschillende uitlatingen" die ik gelezen heb in arti-
kelen en brochures afkomstig zijn van personen, die in nauw
verband met de Regeering in Londen werken. Er zijn voor-
uitstrevenden en behoud gezinden; deze laatsten zijn echter
gelukkig schaarsch. Ik zal slechts een keuze doen uit de meer
of minder vooruitstrevende schrijvers.
In Nieuw Nederland ontwikkelt Mr. Blom de gedachte
van den vierledigen staat waarvan de samenstellende leden
ssmenwerken in volledig deelgenootschap, overkoepeld door
een alles omvattende organisa^e: Het Koninkrijk der Neder-
landen. De vier deelen van...”
|
|
| 3 |
 |
“...32
Kale aangelegenheden. De Rijksregeering dan, de top der
pyramide, zou kunnen bestaan uit den Koning en een Rijks
ministerie, bestaande uit ministers, belast met de beharti-
ging van Rijksaangelegenheden. Dit ministerie zal verant-
woording dienen af te leggen aan een college van vertegen-
woordigers uit alle Rijksdeelen, het vertegenwoordigend li-
chaam van het Koninkrijk. De instelling van Zulk een college
is al sinds jaren door velen, zij het met zeer uiteenloopende
taak bepleit. Veelal werd daarbij de naam Rijksraad gebe-
zigd. Met Rijk bedoelt Blom hier het Koninkrijk.
Het Rijksministerie zal een Minister van Buitenlandsche
Zaken en een minister van Rijksdefensie hebben. Ook de bui-
tenlandsche economische betrekkingen zullen in dat Ministe-
rie behandeld moeten worden, evenals de Rijksbegrooting.
Wat het Rijkskabinet betreft, Mr. Blom beveelt aan
daarin tevens een Minister voor Nederland en een voor Ne-
derlandsch Indi op te nemen. Ministers voor West Indi zul...”
|
|
| 4 |
 |
“...34
fling kunnen zijn bij de benoeming van Rijksministers, die
immers niet op partijen steunen, en zou indien Rijkswet-
ten in de eerste plaats in de parlementen der Rijksdeelen
zouden worden behandeld tevens kunnen adviseeren in de
vorenbedoelde gevallen, waarin door afwijkende beslissingen
van de regionale lichamen een ontwerp van Rijkswet al dan
niet gewijzigd bij den Rijksraad moet worden ingediend.
Een andere zeer interesante beschouwing over die nieu-
we constructie van het Koninkrijk der Nederlanden geeft
Prof. J. A. Veraart in Vrij Nederland (10 Juni 1944). In te-
genstelling met Mr. Blom, ziet Prof. Veraart het nieuwe Ko-
ninkrijk niet als een novum. Het historisch verleden speelt
og een rol. Steeds zal door alle belanghebbenden moeten
worden in het oog gehouden, dat in het groot geheel van b*f
Nederlandsch Imperium het gebiedsdeel: het Rijk in Europa,
krachtens de ontwikkeling niet alleen een bijzondere staats-
rechtelijke positie, maar zonder den minsten...”
|
|
| 5 |
 |
“... Mr. Blom,
met wien ik deze aangelegenheid in 1943 besproken heb,
aangeduide wenschelijkheid van een deugdelijke voorberei-
ding der Rijksconferentie. Omstandigheden van zeer uiteen-
loopenden aard zullen van beslissende beteekenis zijn voor de
bijeenroeping, opdracht, werkwijze en welslagen van de
Rijksconferentie, o.a. de invloed van de bezetting op Neder-
land en Nederlandsch Indi; de economische, sociale, cultu-
reele en staatkundige orintatie van Nederlandsch Indi na
den oorlog; de meer of mindere zelfstandigheid van de over-
zeesche staatsdeelen tengevolge van de bezetting van het
Rijk in Europa; de internationale opvattingen betreffende
kolonin; de nooden en behoeften van de verschillende klei-
nere en grootere gemeenschappen, die tot staatkundige een
heid zijn of zullen worden vereenigd. Tijdige en degelijke
voorstudie eischen deze onderwerpen en de detail vraagstuk-
ken die daarmede verband houden. Het tijdstip van de bij-
eenroeping van de Rijksconferentie moet...”
|
|
| 6 |
 |
“...47
zooveel mogelijk worden voorzien van gegevens, die vlotte af-
doening bevorderen. De Rijksconferentie dient ernstig te
werden voorbereid, wil zij haar doel bereiken. Ook hierop
is, zooals ik U reeds zeide, gewezen. Mr. Blom heeft de vraag
gesteld en de vraag stellen is haar beantwoorden of het
niet van nut zou zijn, tijdig het secretariaat der conferentie
in te stellen en daaraan te verbinden een kern van mede-
werkers, die voorstudie maken van hetgeen de conferentie
te behandelen zal krijgen, die niet n ontwerp opstellen,
doch allerlei denkbeelden doordenken, op hun consequenties
onderzoeken en uitwerken, opdat de conferentie niet noode-
looze vertraging ondervinde van het feit, dat iedere daar ge-
uite gedachte eerst nog uitvoerige bestudeering behoeft, al-
vorens weloverwogen beslissing over een aanbeveling moge-
lijk wordt. Vermoedelijk kan op deze wijze kostbare tijd ge-
wonnen worden (Nieuw Nederland blz. 83).
De mogelijkheid bestaat, dat Nederland voordat...”
|
|