Your search within this document for 'nan' resulted in five matching pages.
1

“... roaarmoho iii JllDmlbitel tmn ion Ijomol bogolnkktgt was, waar in ook iojo Colonie Bnrinamo Ijaar talont nan fogoningon rijkoltjk Jbojtt, als kooon rnato storoltjk aanlokkelijk on luistrijk, iat won jig laat noorstaan in ’t jOaraiijs to jijn J kan oog on neus weit)en jig bijna nooit jat aan ie lustige hosselen, welke ie wanie- lenie, met jo oeeltmliige ueranieringe, ’i gejigt en ion reuk oerkwikkenie bloesemen, ijier so wit als sneeuw, i aar o an (i) Voor tractementen van roeiers voor districts-geneesheeren, politie, om- megaanden rechter, komt over de f40.000 voor op de begróoting van Suri- name. Wanneer men voor elke drie tentbooten twee stoombootjes in de vaart bracht zouden, geloof ik, de onkosten met bij-berekening van de renten van het kapitaal en van het onderhoud, dat bij een stoomboot ongetwijfeld veel hooger is, niet aanzienlijker zijn. Een stoombootje geschikt voor den rivierdienst en in staat om een pont op sleeptouw te nemen kost ongeveer f3000. Het kan beheerd...”
2

“...35 purper, gluts ran een scharlaken, uan een reject, nan een gcubgeel, nan een niolette bruine nerroe; en ben Honing Salomon, in jijtt magtig jOurpere en jijbegeroaben, bescha- men joubert. ” Hij, die dit lezende zou meenen dat een Surinaamsche plan- tage een lustoord is, waar men in de schaduw van heerlijke tropische boomen en gewassen prachtige wandelingen maken kan, — waar men —met eenige variatie natuurlijk— de uitspanningen kan genieten van het buitenleven ten onzent, — waar men een donkeren Paul na het zwoegen des daags tegen ’t vallen van den avond onder een bananen blad zal zien wandelen met den arm geslagen om het duistere middel zijner Virginie, — wie eindelijk zich verbeeldt dat er iets lieflijks, iets romantisch aan het begrip van plantage verbonden is, komt deerlijk bedrogen uit. Neen, een plantage is eenvoudig een plaats, waar men door de cultuur van voor de Europesche markt bestemde gewassen winst tracht te behalen en waar, helaas! dit laatste doel vaak...”
3

“... met de koloniale stoom- boot bananen aangevoerd uit Coronie, waarvan de eigenaars na aftrek van de vracht niet veel meer dan een dubbeltje maakten. Toch kan ook nu nog een aanzienlijk deel der onkosten bij aanleg eener cacao plantage door verkoop der bananen worden goed gemaakt. Maar niet overal wil die.'plant groeien endeniet ver van zee gelegen plantages, waar rukwinden voorkomen, verliezen soms in een oogenblik het geheele product harer kost- gronden, want de plant schiet maar zeer kleine onbeduidende wortels en de stam is bros en teer. Menigmaal wordt ook de cassave nog nevens de banaan bij de jonge cacao geplant. Dit is een aardvrucht, de wortel gelijkt op onze schorseneer, maar is veel grooter en het loover heeft de groote en vorm van een flinke struik. Yan de zoogenaamde bittere cassave zegt de Laet: ,,©£ martel BOtt eassani, baar 05 Ijaer brooi nan marken in manierat als nalgt: stj breerken be martel op een steen enbe mrhtgljetj liet sap banttjt, roelek ranm...”
4

“...5» van plantaardige oliën, looi-stoffen enz. enz. en de talrijke uitmuntende hout-soorten. (i) Onder de vruchten en specerijen, die, ’t zij in het wild groeien, ’t zij met luttele zorg en zonder de minste moeite kunnen worden aangeplant en tot uitvoer geschikt zijn, — zooals het voorbeeld van andere West-Indischen koloniën aantoont — kan men in de eerste plaats de cocos-noot noemen, de citroenen (lemmetjes), sinaasappelen, guaves, en de annanas. Wie deze laatste vrucht niet in de West heeft gebruikt, kent haar niet. Wat ten onzent onder diennaam wordt voorgezet, kan daarbij geen oogenblik eene vergelijking doorstaan. Dat ook ten tijde onzer voorouders die vrucht op rechten prijs gesteld werd bewijst het volgende uit het werk van Herlein: l)ij is jo gdjoon en nan jo joet een reuk, kat men pnke j^ggert kat ke nature tn ?tfrte gunste tjeeft besteek altes mat jij alter jelk ja amst ®n allerkierbaarsi onker aite Ijare sdjaiten bewaarke. tjif Ijeefi juich een oerljeoen...”
5

“...88 «Bestaat er dan ten slotte in Nederland, heden ten dage, maar één eenig belang meer? Het belang om voor de schatkist een paar tonnen te sparen, het koste wat het wil? «Bestaat er dan geen hoog er belang meer. Een hooger be- lang dan dat onmiddellijk profijtje? En is Neerlands eer en aanzien soms niet gemoeid met het handhaven der kolonie? Zal alomme moeten verkondigd worden dat Neerland, eenmaal rijk en machtig om in alle werelddeelen koloniën te stichten en te handhaven, thans te zwak èn machteloos is om er verder voor te kunnen zorgen en ze aan haar eigen lot moet overlaten?» Had het antwoord van de ministerieele tafel ongeveer in dien zin geluid zou dan zoodanig woord niet in elk Nederlandsch gemoed weerklank gevonden hebben? En had de minister het oude foliant voor zich gehad, waar- uit aan het hoofd dezes een citaat aangehaald is, dan had hij met de volgende woorden daaruit kunnen besluiten: ®nke 00 mogen mij oerirottroen i)ai ke Iflegeerkers nan S>iaet, keje...”