Your search within this document for 'mat' resulted in one matching pages.
1

“...5» van plantaardige oliën, looi-stoffen enz. enz. en de talrijke uitmuntende hout-soorten. (i) Onder de vruchten en specerijen, die, ’t zij in het wild groeien, ’t zij met luttele zorg en zonder de minste moeite kunnen worden aangeplant en tot uitvoer geschikt zijn, — zooals het voorbeeld van andere West-Indischen koloniën aantoont — kan men in de eerste plaats de cocos-noot noemen, de citroenen (lemmetjes), sinaasappelen, guaves, en de annanas. Wie deze laatste vrucht niet in de West heeft gebruikt, kent haar niet. Wat ten onzent onder diennaam wordt voorgezet, kan daarbij geen oogenblik eene vergelijking doorstaan. Dat ook ten tijde onzer voorouders die vrucht op rechten prijs gesteld werd bewijst het volgende uit het werk van Herlein: l)ij is jo gdjoon en nan jo joet een reuk, kat men pnke j^ggert kat ke nature tn ?tfrte gunste tjeeft besteek altes mat jij alter jelk ja amst ®n allerkierbaarsi onker aite Ijare sdjaiten bewaarke. tjif Ijeefi juich een oerljeoen...”