Your search within this document for 'Fahrenheit' resulted in one matching pages.
1

“... valt, vrij spel heeft, gaat alles goed. Maar waar het geldt te onderzoeken of riet van 12 maanden oud of ouder rijp is voor den molen, — waar men kruipen moet door stukken zwaar bezet met stoelen, waarvan de vele enkele stengels dik als een pols door eigen zwaarte overhellend of geheel gevallen, overal den doortocht versperren, — waar men den eenen arm voor ’t gezicht moet houden om gevrijwaard te zijn tegen de fijngetande bladeren, die snijden als een vlijm, — waar men worstelend, bukkend, strompelend, struikelend, in den blinde tastend (want men kan geen voet voor oogen zien) voortsukkelt met het weinig be- moedigend gevoel dat men elk oogenblik op een slang kan trap- Pen, — waar men, omdat een sprong onmogelijk is, door de zwaar met modder bezette trenzen moet doorbaggeren in een door geen zuchtje getemperde warmte van soms 120° Fahrenheit, terwijl de zon u als ’t ware met stroomen van gloeiende hitte over- giet; daar komt men, als althans die bedevaart lang genoeg...”