Your search within this document for 're' resulted in one matching pages.
1

“...( 36 ) en de regeering gelukkig, welke men deze eigenschap niet behoeft aan te prijzen; maar het rechte ge- bruik dezer voortreffelijkheid wordt door dat van andere bepaald. Besluiteloosheid is geene deugd. En zich in te beelden dat door bedachtzame voorzorg alle kwade gevolgen eener eenvoudige plichtbetrachting kunnen voorkomen en afgesne- den worden, is aan menschelijke wijsheid een ver- mogen toeschrijven, waarvan men wel zal doen de inbeelding te verruilen voor het ootmoedig gebed, dat Hy, aan wiens zegen alles gelegen is, zijnen besten zegen op onze beste pogingen rusten doe. Deze betere wijsheid wachten wy van eene Re- geering , die, tot het goede geneigd, door hen die geroepen zijn haar voor te lichten, op de Opheffing der Slaverny is gewezen als op //een der strenge eischen onzes tijds,// waarvan de bevrediging //niet behoort te worden vertraagd;// en die daarby aan den gunstigen toestand der geld- middelen en de genoegzaamheid van den uit ande- rer...”