| 1 |
 |
“... beloond worden. Opgeroepen om
den lorredraaier te helpen „delogeeren” 8), weigerden de habi-
tanten des eilands dat, betoogende dat zij dagelijks in persoon
tocht en wacht moesten houden en in hun plantage werken bij ge-
brek aan slaven. Zorgde de Comp. voor geregelden aanvoer, dan
i) Brieven van 10 Aug. en 5 Sept. als boven, fol 47r 58v. Lorrendraaier, ook enter
looper, Woordenb. Ned. Taal VIII, 2,2932 en III, 3,4147. W. Bosman, Nauwk. Beschr.
v. d. Guinese Goudkust blz. 5—8. Bijdr. T. L. V. Ned. I. dl. 68, blz. 368. Reizen v. Nic.
de Graeff, uitg. Warnsinck, 1930, blz. 44. Ch. Kingsley, a. w. pag. 124 gebruikt „inter-
loper” in den zin van „onderkruiper”.
*) Commissie voor Hendrik van Dam als secretaris 1 Febr. 1700, als fiskaal 8 April
1700. Inventaris-van Dam op data in Brieven en papieren van Curasao aan X 1700
1713 ») Vergel. „Doet helpen verlogieren Duck Dalve den tyran”....”
|
|
| 2 |
 |
“... verstandhouding
spoedig. Den I8den Mei 1701 aangekomen, ontving Ds. Kowan
12 April 1702 voor het eerst tractement, maar met aftrek van
/ 400, die hij in Amsterdam als voorschot genoten en van ƒ 250,
die dé E Comp. aan de classis gegeven had voor zijne qualificatie
tot predikant, dus slechts 621/* stukken van achten, maar in zoo
slechte munt, dat ieder maar zes schellingen waard was en hq
moeite had ze uit te geven. Bovendien betwistte hij de juistheid
der afrekening. Nimmer had hij / 250 aan de classis moeten be-
talen Ds. van Alphen (boven blz. 13), die hem aan den classica-
len maaltijd genoodigd had, zou hem wel gezegd hebben, dat hij
dat bedrag moest storten. Maar het hielp met, Lamont deed hem
teekenen s). En nu kreeg ook hij zijne grieven. Waarom vraagt
hij, verlaten er zoo velen het eiland? Omdat de commandeur alle
levensbehoeften uit de barken opkoopt en weder aan de habi-
tanten verkoopt, maar zoo duur dat zij niet kunnen blijven
leven Doch met die landverhuizing was het...”
|
|
| 3 |
 |
“...DE WELVAART EN HARE VIJANDEN
229
ter Sara Gumbes een „mulattenmeyd” Franky en aan hunne
dochter Sara Gumbes-Salomonsz. vier slaven *). Laurens Wester-
band en Anna Leverock zijn zóó vermogend, dat zij legateeren:
aan hunne dochter Elisabeth, vrouw van Thomas Abbot eene
negerin Betty; aan hun dochter Catharina, vrouw van Richard
Clarke eene negerin Celea; aan hun zoon Samuel eene negerin
May; aan hun zoon Laurens een negenman Bob; aan hunne doch-
ter Susanna, vrouw van John Hassell eene negerin Cul de Sac
Haga; aan hun zoon Thomas eene negerin Charlotte; aan hunne
dochter Anna eene negerin Janeton, eene koe en 200 pes. in con-
tanten; aan hunne dochter Sara eene negerin Haga, eene koe en
200 pes. in contanten; aan hunne dochter Rachel eene negerin
Jenny, weder eene koe en 200 pes. in contanten benevens de
mahoniehouten bedstede met bed en toebehooren, thans door de
erflaters gebruikt wordende; aan de kinderen van wijlen hun zoon
William eene negerin Tansey *). In dezen...”
|
|