| 1 |
 |
“...BINNENLANDSCH BESTUUR
67
zond hem naar Martinique en Guadeloupe, maar den 21 sten Mei
1729 was hij al weder terug zonder één penning verkregen te heb-
ben, tot „chagrin” van Raecx, die hem echter de origineele obli-
gatiën ook niet had medegegeven x)! ’s Mans onkostenrekening
leert ons heel wat over de wijze, waarop hij zijn doel had trachten
te bereiken. Aan versnapering „voor het reys” had hij madera,
zes bottels arak, zes dito Rijnsche wijn, twee hammen en een kaas
meegenomen. Hij bracht 137-4-5 pesos in rekening voor kamer-
huur, bewassching, barbier en negerjongen van 4 Maart tot 23
(lees 20) Mei, „salvo erore” (sic). Voor zijne „loning” (waarover
nog hieronder) refereert hij zich aan de Heeren, „ik heeft al wel
veel mijn best gedaan”. Maar dan komt een post: „Betaalt aan
den waard van het Witte Kruis op Martinique voor tractieren
den generaal en intendant secretaris om haerluy ons vrienden te
maecken 6-2-0”. En op Guadeloupe 11 April: „Voor tractieren
des...”
|
|