| 1 |
 |
“...138
BUITENLANDSCH GEWELD
open lag. Van het huizen bouwen daar is niet gekomen1).
§ 17. Faesch heeft den dreigenden oorlog tusschen Engeland
en Spanje zien komen, er de vóórweeën van geproefd en er nog
het uitbreken van beleefd vóór hij als directeur naar Curasao
ging. Zijne uitvoerige berichten doen ons die dagen goed kennen.
Reeds den 19den Juli 1738 schreef de ons bekende Godet hem van
Martinique, dat Engeland den oorlog had verklaard en Faesch
hoopte maar, dat de Republiek onzijdig zou blijven 2 *). Hij deed
voor de versterking van zijn eiland wat hij kon, zooals wij reeds
gezien hebben, maar zijn menschen waren zorgeloos en gingen
den ouden trant, terwijl zij toch genoeg heugenis van oorlog had-
den. „Moesten hebben” ware juister geweest, nademaal zelfs
oorlogsellende dwaselijk vergeten wordt. Wij zouden echter, op-
pert Faesch, van deze brouillerie gebruik kunnen maken om Ta-
bago weder te bezetten en te bevolken. Het zou ons versterken
en de negotie...”
|
|